Peter Windsor heeft weinig twijfel over wie er structureel
in staat is om Max Verstappen echt uit te dagen. Volgens de Britse analist is
het Formule 1-veld weliswaar breder en competitiever geworden, maar blijft het
aantal coureurs dat daadwerkelijk op hetzelfde niveau kan opereren beperkt.
Windsor benadrukt dat hij daarbij bewust onderscheid maakt tussen rijders die
races kunnen winnen en rijders die kampioenschappen kunnen dragen. ‘ Die nuance is volgens Windsor belangrijker dan ooit, zeker
nu meerdere teams in staat zijn om races te winnen. Het huidige veld telt veel
rijders die op hun dag mee kunnen doen om een zege, maar dat betekent volgens
hem niet automatisch dat zij ook kampioensmateriaal zijn. ‘Het verschil zit ‘m
in het hoofd’, legt Windsor uit. ‘Het gaat niet alleen om snelheid, maar om hoe
je een seizoen managet, hoe je omgaat met druk en hoe je een team leidt over
twintig races.’
Leclerc komt in de buurt
Wanneer Windsor het rijtje potentiële uitdagers afloopt,
blijft er volgens hem uiteindelijk één naam echt overeind. ‘Charles is de enige
coureur die Max echt kan bevechten en ook een kans heeft om te winnen’, zegt
Windsor stellig in een
livestream op zijn YouTube-kanaal. Daarmee plaatst hij
Charles Leclerc nadrukkelijk in een aparte
categorie. Volgens Windsor beschikt de
Ferrari-coureur over een zeldzame
combinatie van natuurlijke snelheid en puur instinct. ‘Als Charles op honderd
procent zit, dan win je races omdat je beter bent, niet omdat alles toevallig
goed valt.’
De tekst gaat verder onder de afbeelding.
Windsor heeft het meeste vertrouwen in Leclerc, Verstappen en Russell.
Toch nuanceert Windsor dat beeld door ook
George Russell
nadrukkelijk te noemen. In tegenstelling tot wat vaak wordt beweerd, ziet hij
het duel tussen Russell en Verstappen niet als een theoretische discussie. ‘Ik
denk niet dat dit een argument is’, zegt hij. ‘George is in staat om Max te bevechten.’
Windsor gaat zelfs nog een stap verder en acht Russell een potentiële kampioen,
mits
Mercedes levert. ‘Als de fabrieks-Mercedes een snelle auto heeft en een
goede power unit, dan heeft George een hele goede kans om het kampioenschap te
winnen en dan maakt Kimi Antonelli ook een kleine kans.’
Daarmee schuift Windsor Mercedes nadrukkelijk naar voren in
de pikorde. Hij verwacht dat Russell structureel mee kan doen om overwinningen,
terwijl ook
Fernando Alonso volgens hem niet vergeten mag worden. ‘Fernando kan
potentieel ook voor het kampioenschap vechten’, merkt Windsor op. Niet omdat
hij elk weekend dominant zal zijn, maar omdat hij weet hoe hij races moet lezen
en momenten moet benutten. ‘Hij begrijpt het spel beter dan bijna iedereen’,
aldus Windsor.
Niet iedereen maakt kans
Voor
McLaren klinkt het verhaal minder rooskleurig. Windsor
erkent dat het team races zal winnen, maar plaatst vraagtekens bij hun
titelkansen. Daarbij is hij uitgesproken over het rijdersduo. ‘Lando Norris,
Oscar Piastri en zelfs
Carlos Sainz zijn allemaal coureurs die Grands Prix kunnen winnen’, zegt
Windsor, ‘maar ze zijn niet van dat absolute, buitencategorie-niveau.’ Volgens
hem ontbreekt het net aan dat ene element dat nodig is om een seizoen te
domineren in plaats van te reageren.
De tekst gaat verder onder de afbeelding.
Windsor verwacht geen herhaling van 2025.
Binnen McLaren ziet Windsor zelfs een lichte verschuiving
ontstaan. ‘Oscar heeft misschien een klein voordeel op Lando dit jaar’, stelt
hij. Dat voordeel zit volgens Windsor niet in pure snelheid, maar in de mentale
dynamiek. ‘Lando heeft zijn kampioenschap gewonnen’, legt hij uit. ‘Dat kan hem
relaxter maken en misschien zelfs beter laten rijden, maar het kan ook net dat
scherpe randje wegnemen.’ Volgens Windsor is dat een balans die maar weinig
coureurs perfect weten te bewaren.
Ook
Lewis Hamilton wordt door Windsor niet volledig
afgescherveven. Hij schaart hem niet langer automatisch bij de absolute top,
maar ziet nog altijd potentie. ‘Lewis zit nog steeds ergens in die groep’, zegt
Windsor. ‘Hij kan nog winnen.’ Tegelijkertijd plaatst hij hem in dezelfde
categorie als meerdere andere coureurs: rijders die nog steeds races kunnen
beslissen, maar niet langer vanzelfsprekend boven iedereen uitsteken. ‘Het veld
is veranderd’, concludeert Windsor impliciet, ‘en alleen de allerbesten stijgen
daar nog echt bovenuit.’