Leeftijd is een terugkerend thema
bij de comeback van Alonso. De tweevoudig wereldkampioen is, met 40 jaar, de op
één na oudste coureur van het veld, na
Kimi Räikkönen. Na een wat moeizaam
begin van zijn seizoen 2021, werd al snel leeftijd aangedragen als oorzaak van
zijn prestaties. Toen de Spanjaard vervolgens een reeks uitstekende resultaten neerzette,
werd hij juist geprezen om zijn vermogen om te presteren op deze leeftijd.
Voor Alonso zelf maakt leeftijd
echter niet uit. Voorafgaand aan de Grand Prix van Hongarije, op zijn veertigste
verjaardag, werd Alonso gevraagd over dit onderwerp. ‘Dit is niet de Tour De
France, dit is niet de Olympische Spelen, dit is geen voetbal waarbij je je
beste prestaties levert als je 23 bent. Als ik nu tegen mijn 23-jarige zelf zou
racen, zou ik hem met één hand verslaan.’ Een merkwaardige uitspraak, maar de
Alpine-coureur
denkt dat alle andere coureurs hetzelfde antwoord zouden geven. ‘Het is niet zo
dat je sneller bent, als je jonger bent. Zo werkt de stopwatch niet.’
Marcin Budkowski, technisch
directeur bij
Alpine, is het met Alonso eens dat leeftijd geen factor is. ‘Hij (Alonso)
voelt niet als een oude man, klaar om met pensioen te gaan. Hij is hongerig, kijkt
uit naar volgend jaar. Altijd als hij in de fabriek komt, vraagt hij naar de
auto voor volgend jaar.’ Budkowski ziet dat zijn rijder plezier heeft dit jaar,
niet alleen op de baan: ‘Ook buiten de baan, in zijn interacties met het team,
zie je dat hij blij is om terug te zijn.’