F1Maximaal.nl
is weer eens op reis gegaan, en ditmaal naar de Grand Prix van Frankrijk. De
reis naar Circuit Paul Ricard begon al redelijk vroeg. Op woensdagmiddag stapte
ik in de trein bij mijn lokale treinstation op de reis naar het zuiden van
Frankrijk te beginnen. De eerste tussenstop was Charleroi, aangezien de vlucht
zou vertrekken vanaf Aéroport de Charleroi Bruxelles-Sud. Het is een beetje een vreemde naam voor dit vliegveld,
aangezien de Belgische hoofdstad Brussel op ruim zestig kilometer afstand van
de plaats Charleroi ligt. Het zou haast hetzelfde zijn als Schiphol ineens
omgedoopt wordt tot Airport Rotterdam Amsterdam-Zuid. Gelukkig praten we hier
slechts over de kleine dingen, en kon ik mijn weg, zij het met wat vertraging,
rustig in de trein doorbrengen. Vier uur laten was ik op plek van bestemming,
en kon het echte grote wachten beginnen.
‘De man die van snelheid houdt’
Eenmaal aangekomen op het vliegveld van Marseille word
je begroet door een ferme klap aan hitte. Enigszins naïef dacht ik dat het kwam
door de motoren van het vliegtuig, aangezien we daar vlak langs liepen, maar
niets bleek minder waar. Ik dacht de hitte van Nederland ontsnapt te zijn, maar
ook in Marseille was het gewoon 37 graden. Jan-Joost van Gangelen probeerde
enkele jaren geleden aan een Franse voetballer van PSV uit te leggen dat het
snikheet was, maar de desbetreffende voetballer kwam moeilijk uit zijn woorden.
Misschien dat ik één dezer dagen ga proberen een Franse journalist aan de mouw
te trekken om het woord uit te spreken.
Het meest vervelende was dat het lastigste gedeelte
van de reis nog moest beginnen. Het Media Accreditation Centre ligt
immers in the middle of nowhere. Na twee taxiritten en één treinrit kwam
ik eindelijk aan op mijn bestemming. Op een parkeerterrein stond een klein
gebouwtje dat leek op een geïmproviseerde coronatestlocatie. Gelukkig hoefde in
het gevreesde stokje niet te trotseren, en hoefde ik alleen maar mijn paspoort
en papieren te laten zien om mijn mediapas te ontvangen.
De chauffeur die mij naar het Media Accreditation Centre
heeft gereden, was overigens de eerste persoon die een beetje op niveau
Engels sprak. Mijn Frans is belachelijk slecht, ondanks dat ik het vijf jaar
heb aan moeten horen op de middelbare school. Ik versta het dus wel, maar het
enige wat uit mijn mond komt is dommage pinda fromage. Het is geen
wonder dat mijn chauffeur goed Engels sprak, hij heeft immers een jaar
‘gestudeerd’ in Rotterdam (lees: veel gedronken en gefeest). Ik vertelde hem mijn
verhaal, en hij bracht me terug naar het treinstation, maar het werd
even krap qua tijd. Door de krappe bergweggetjes ging hij opeens plankgas zodat
ik mijn trein kon halen. ‘Wees niet bang, jij bent toch de man die van snelheid
houdt.’
De Formule 1 leeft maar half
Na een nacht amper te
hebben geslapen door de ongelooflijke hitte (rond 23.00u lag de temperatuur nog
steeds rond de 28 graden) was het eindelijk zover om naar het circuit te gaan. In een
klein stadje genaamd La Ciotat was het even wachten op de shuttlebus die een
groepje fans en mij naar het circuit zou brengen. Toen ik daar eenmaal was
aangekomen, moest ik nog even uitvogelen hoe ik in het mediacentrum zou
geraken. Het was ruim een kwartier lopen vanaf de plek waar ik werd afgezet,
maar dat mocht de pret niet drukken. Toen ik mijn bestemming eenmaal bereikt
had, werd ik begroet door een zacht kussen van verkoeling.
We hoefden niet lang te
wachten op actie, want de W-Series stond al rap klaar om de motoren te starten.
Waar we wel op moesten wachten, waren de fans. Die besloten uiteindelijk ook
niet om in grote getalen naar het circuit te komen, ook niet toen de eerste
vrije training om 14.00u van start was gegaan. De Formule 1 leeft wel in Frankrijk, maar niet
al te veel. In ieder geval niet genoeg om op de vrijdag de tribunes volledig te
vullen.
De vrije trainingen
stellen teleur
Ergens begrijp ik de
mensen op de tribunes wel. Het is dertig graden, en omdat het circuit op een
open vlakte ligt, is er op de tribune geen schaduw te vinden. Daar bovenop komt
dat de eerste twee vrije trainingen werkelijk geen enkel spektakel opleverden.
Alleen bij de spins van
Sergio Pérez en
Mick Schumacher keken de mensen in het
mediacentrum even op. De meeste aanwezige journalisten lachten even, en gingen
daarna weer verder met hun bezigheden. Voor sommigen bestonden de bezigheden
vooral uit het naar binnen en buiten lopen van het mediacentrum.
Het feit dat de twee
vrije trainingen niet zoveel voorstelden, betekende ook dat de meeste mensen
direct na het afvlaggen huiswaarts gingen. Slechts een enkeling bleef zitten om
nog wat op te vangen van de kwalificatiesessies van de Formule 2 en de W-Series.
In het mediacentrum zaten twee heren wel aan de buis gekluisterd tijdens de
kwalificatie van de Formule 2. De mannen van de Japanse media zagen dat Ayumu
Iwasa de eerste plek in handen had, maar die verloor hij op het laatste moment.
De teleurstelling bij de Japanse collega’s was zeer nadrukkelijk te horen.
Hopelijk leveren de komende twee dagen wel de sensatie op die we willen zien,
waardoor iedereen hun ogen niet meer van het scherm kunnen af houden.
Door: Mike van Weert