De discussie over de nieuwe
Formule 1-regels neemt steeds verder toe nu de eerste races van het seizoen een
beter beeld geven van de gevolgen op de baan. Waar vooraf vooral werd gesproken
over duurzaamheid, elektrificatie en de hybride koers van de sport, verschuift
de aandacht nu steeds meer naar het sportieve aspect. De nieuwe generatie
auto’s lijkt op sommige punten beter te werken in gevechten, maar roept
tegelijkertijd ook vragen op over wat er onderweg verloren gaat.
Dat maakt het debat interessant,
want de sport lijkt op een tweesprong te staan. Enerzijds zijn er signalen dat
de races levendiger worden en dat coureurs langer bij elkaar kunnen blijven.
Anderzijds is er ook kritiek op het feit dat de auto’s in snelle bochten minder
extreem ogen dan men van de Formule 1 gewend is.
Johnny Herbert en
Damon Hill
zien allebei voordelen in het nieuwe pakket, maar plaatsen ook duidelijke
kanttekeningen bij de manier waarop die winst tot stand komt.
Positieve aspecten
Herbert benadrukt in de
Stay on Track-Podcast dat de regels
volgens hem nooit alleen bedoeld zijn geweest om de sport groener te maken. “Ik
denk niet dat het doel van de regels alleen was om naar
net zero toe te
werken”, legt hij uit. “Een belangrijk onderdeel was ook om het racen beter te
maken en de entertainmentwaarde te verhogen.” Daarmee wijst hij op een
discussie die al jaren speelt in de koningsklasse. “Waar klaagt iedereen altijd
over? Dat er niet genoeg wordt ingehaald”, stelt Herbert. “En toen er DRS was,
klaagde iedereen weer dat het nep-inhaalacties waren.”
De tekst gaat verder onder de afbeelding.
Hill keek met genoegen naar de duels aan het begin van de race.
Volgens de oud-coureur zit er
juist in het huidige concept iets dat het racen ten goede komt. “Als je alleen
naar de auto’s kijkt en de technologie even wegdenkt, werken die auto’s
eigenlijk heel erg goed”, zegt hij. “Ze lijken elkaar veel beter te kunnen
volgen.” Herbert ziet vooral winst in het totaalpakket. “Die smallere, lichtere
auto’s, het hele pakket lijkt gewoon beter te werken.” Daardoor ontstaat
volgens hem meer ruimte voor echte duels, ook op circuits waar dat voorheen
minder vanzelfsprekend was.
Hill ziet dat effect eveneens
terug in de eerste races van het seizoen. “Ik zat naar die race te kijken en
normaal verwacht je na drie of vier ronden dat alles uit elkaar valt en
iedereen zijn eigen ruimte vindt”, zegt hij. “Maar zelfs twaalf ronden later
waren ze nog steeds met elkaar in gevecht in Australië.” Dat viel hem extra op
omdat het in China, op een circuit met een heel ander karakter, opnieuw
zichtbaar was. Voor Hill is dat een aanwijzing dat het nieuwe technische pakket
daadwerkelijk invloed heeft op de manier waarop er geracet wordt.
Genoeg ruimte voor verbetering
Daar heeft de wereldkampioen van
1996 ook een verklaring voor. “Een van de dingen die me opviel aan deze formule
is dat ze in snelle, lange bochten de batterij aan het opladen zijn”, legt Hill
uit. “Ze zitten dus niet vol op het gas en ze zitten ook niet echt op de
limiet.” Juist dat creëert volgens hem een onverwacht voordeel. “Jarenlang
konden deze lange auto’s niet dicht achter een andere auto blijven in een
snelle bocht”, zegt hij. “Nu kunnen ze dichterbij blijven, juist omdat ze daar
niet op de absolute limiet rijden.” Dat maakt het vervolgens makkelijker om op
het rechte stuk een aanval in te zetten.
De tekst gaat verder onder de afbeelding.
Hill vindt dat de coureurs niet meer tot de limiet kunnen gaan.
Toch zit daar volgens Hill ook
meteen het grootste probleem. “Als je een auto ziet aankomen bij zo’n snelle
bocht en hij begint al eerder af te remmen, dan voelt dat vreemd”, stelt hij.
“Het is teleurstellend. Het voelt gewoon niet goed.” In zijn ogen botst dat met
de essentie van de sport. “Ze zouden voluit moeten gaan tot het moment waarop
ze echt moeten remmen”, zegt Hill. “De snelle bochten moeten ook echt een test
zijn.” Daarmee maakt hij duidelijk dat hij de betere gevechten waardeert, maar
niet als dat ten koste gaat van het pure Formule 1-gevoel.
Herbert sluit zich op dat vlak
grotendeels bij hem aan. “Het gaat er vanuit coureursperspectief om dat wij
getest worden en dat wij die grenzen van de auto willen opzoeken”, legt hij
uit. Vooral in de snelle bochten mist hij soms de ultieme sensatie. “Ik wil
onder de indruk raken van de coureurs”, zegt Herbert. “De mensen op de tribune
willen ook onder de indruk raken van de snelheid waarmee die auto’s door zo’n
bocht gaan.” Volgens hem zijn de auto’s nog steeds snel, “maar nergens zo snel
als ze zouden kunnen of misschien zouden moeten zijn.”