Nu de wintertests in Bahrein achter de rug zijn, verschuift
de aandacht steeds meer van rondetijden naar iets wat minstens zo interessant
is: hoe coureurs met deze nieuwe generatie auto’s omgaan. In een analyse van
Peter Windsor en Mark Slade ging het daarom niet alleen over de auto’s zelf,
maar vooral over wat je in de onboard-beelden en aan de baan kunt zien bij de
topnamen. De kern van hun verhaal is helder: deze auto’s vragen veel
van de coureur in de overgang van remmen naar insturen en vervolgens weer op
het gas. Dat maakt het verschil tussen rijders extra zichtbaar. Volgens Windsor
en Slade gaat het niet om spectaculaire correcties op het laatste moment, maar
juist om timing, gevoel en anticipatie. En precies daar zien zij al duidelijke
verschillen tussen
Max Verstappen,
Charles Leclerc en
Lewis Hamilton.
Energie is de sleutel
Slade begint met een nuance op een eerdere uitleg over de
achteras en energieterugwinning, maar koppelt dat direct aan wat een coureur
ervaart: ‘Wat ik bedoelde, is dat je zoveel mogelijk energieregeneratie van de
achteras moet halen. Dus je vraagt heel veel van de achteras. En dat geldt
overal, want de auto’s hebben in de standaardmodus ongeveer 8,5 megajoule aan recovery
beschikbaar. Dat is best lastig om te halen. Op elk circuit moet je, om het
maximale uit de auto te krijgen, zoveel mogelijk energie terugwinnen als je
kunt.’
De tekst gaat verder onder de afbeelding.
De elektrische motor is nog belangrijker geworden.
Daarna maakt Slade het minder technisch en juist relevanter
voor de rijder. ‘Misschien was wat ik de vorige keer zei wat verwarrend, want
wat je nodig hebt is maximale grip aan de achteras om zo hard mogelijk te
kunnen remmen. En zodat je de rembalans zo ver mogelijk naar achteren kunt
zetten. Voor de coureur moet dat neutraal aanvoelen.’ Maar, zo legt hij uit,
daar zit een keerzijde aan zodra de auto de remfase uitkomt en het midden van
de bocht in gaat.
Slade formuleert dat vrij scherp: ‘Om maximale rear grip te
hebben, zal de auto, zodra je in het midden van de bocht komt en van de rem
afgaat, eerst behoorlijk gaan ondersturen, omdat hij is afgesteld op maximale
rear grip in die eerste fase. Dus de auto moet onder remmen op het randje van
neutraliteit aanvoelen, want dat is de maximale prestatie van de achterkant.
Maar in het midden van de bocht, als je van de rem afgaat, zal de auto in
eerste instantie behoorlijk ondersturen.’ Daarmee schetst hij vooral waarom
coureurs het gevoel kunnen hebben dat de auto ‘tegenwerkt’.
Verstappen en Leclerc hebben voordeel
En dan komt het moment waarop het over de coureurs zelf
gaat. ‘De opmerkingen over snappiness die sommige coureurs
blijkbaar hebben gemaakt, komen waarschijnlijk doordat ze op het gas gaan
terwijl er nog behoorlijk wat stuurhoek op zit, en dan is de neiging dat de
auto ineens naar overstuur schiet, nadat hij lange tijd met onderstuur heeft
gezeten.’ Dat vraagt dus niet alleen talent, maar vooral controle over het
proces vóórdat die overgang plaatsvindt.
De tekst gaat verder onder de afbeelding.
Windsor heeft hoge verwachtingen van Verstappen en Leclerc.
Windsor haakt daar direct op in met Verstappen als
referentie. ‘Wanneer we zeggen dat coureurs als Max heel goed zijn in het
rijden met onderstuur, dan bedoelen we natuurlijk dat hij heel goed is in het
minimaliseren van dat onderstuur terwijl je de voorkant zo belast. En ze hebben
een heel goed gevoel voor rempedaaldruk, dat is een van de dingen die ze met
hun voetenwerk zo goed doen.’ Volgens Windsor zit het verschil vooral in
voorspellend rijden: ‘Het is geen reflexmatig reageren, want dan ben je al te
laat.’
Bij de observaties uit Bahrein noemt Windsor vervolgens
specifiek twee coureurs die in het voordeel zijn. ‘Leclerc en Max lijken prachtig te rijden in
de Bahrein-test. Leclerc lijkt zelfs nog iets korter en eerder de bocht in te
gaan dan Max. Iemand als Lewis stuurt nog steeds
vrij laat in.’ Dat zegt hij niet als kritiek, maar juist als stijlverschil dat
goed zichtbaar wordt nu de auto’s ander gedrag vragen in de bochtfases.
Windsor werkte dat verder uit met een opvallende observatie
over Hamiltons comfortzone: ‘Het enige wat ik zou zeggen is dat ze meer lijken
te gebruiken van wat vroeger een transitory curve werd genoemd, je beweegt
eerst naar links voor een rechterbocht om jezelf een zo breed mogelijke
aanloop te geven, soms zelfs over de kerbstones bij het ingaan van de bocht. Ze lijken dat meer
te doen dan vorig jaar, maar niet per se Leclerc en Max wanneer ze echt op de
limiet zitten. Terwijl ik denk dat Lewis daar best van geniet.’ En daar voegt hij aan toe: ‘Ik denk dat hij best wel geniet van het gevoel van behoorlijk veel
power halverwege de bocht en een beetje power-overstuur op de exit, maar of hij
Max kan evenaren, of Charles kan evenaren bij het ingaan van de bocht, is een
ander verhaal.’