De huidige generatie Formule 1-coureurs groeit op in een
wereld vol schermen, knoppen en digitale hulpmiddelen, en volgens Peter
Windsor is dat een ontwikkeling met twee kanten. In de paddock wordt steeds
vaker de vraag gesteld of jonge rijders, opgegroeid met simulators en games,
een voordeel hebben ten opzichte van gevestigde namen. Daarbij wordt vaak
gewezen naar het verschil tussen intuïtief racen en het bedienen van complexe
systemen.
Die discussie raakt ook grootheden uit verschillende
generaties.
Lewis Hamilton is daarbij een genoemd voorbeeld, al zal niemand
hem graag als ‘ouder’ bestempelen. De moderne Formule 1-auto zit vol
draaiknoppen, schakelaars en menu’s, waardoor de cognitieve belasting toeneemt.
Volgens Windsor is het echter te makkelijk om te stellen dat jongere coureurs
daardoor automatisch beter zijn, zeker als het aankomt op pure snelheid en
gevoel.
Digitalisering
Windsor nuanceert dat beeld door te wijzen op de digitale
vaardigheden van jongeren in het algemeen. ‘De meeste jonge mensen zijn
tegenwoordig extreem veel bezig met computers’, legt hij uit in een
livestream op zijn YouTube-kanaal. ‘Of het nu een tablet,
iPad of desktop is, ze begrijpen allemaal hoe systemen werken. Knoppen en
schakelaars zijn voor hen vanzelfsprekend.’ Toch benadrukt hij dat dit niet
automatisch betekent dat simracen of videogames een directe vertaalslag hebben
naar het echte werk in een Formule 1-auto.
De tekst gaat verder onder de afbeelding.
Volgens Windsor is men steeds meer bezig met hun telefoons en dergelijken.
Als het over
Max Verstappen gaat, ziet Windsor juist een
interessante balans. ‘Max doet veel simracing, dat weten we allemaal’, zegt
hij. ‘Maar ik heb niet het idee dat hij de officiële Formule 1-simulator ziet
als dé manier om sneller te worden in een Grand Prix-auto.’ Volgens Windsor
gebruikt Verstappen de simulator vooral functioneel, voor procedures en
systemen, niet als vervanging van het echte rijgevoel.
‘Voor zaken als motormanagement, push-to-pass en al
dat soort gedoe is de simulator natuurlijk handig’, vervolgt Windsor. ‘Maar
als het gaat om écht hard rijden, geloof ik niet dat Max daar blind op
vertrouwt.’ Hij ziet Verstappen vooral als iemand die plezier haalt uit racen
in algemene zin. ‘Hij houdt van racespellen, van competitie, maar hij weet
precies waar de grens ligt tussen een game en een echte raceauto.’
Daarmee komt Windsor op een breder punt over de huidige
generatie. Hij noemt expliciet voormalig
Red Bull Racing-teamgenoten van Verstappen
Yuki Tsunoda en
Liam Lawson als voorbeelden. ‘Het
is niet zo dat zij snel zijn omdat ze veel computerspelletjes hebben gespeeld’,
stelt hij. ‘Het is meer dat de auto’s zo zijn ontworpen, met links remmen en al
die systemen, dat sommige rijders wat statisch worden. Finesse wordt
lastiger.’
Verstappen de uitzondering
Windsor positioneert zichzelf daarbij duidelijk als purist. ‘Elke
coureur die niet instinctief rijdt, op gevoel van het asfalt door de auto heen,
is in mijn ogen geen echte racer’, zegt hij stellig. ‘Computers kunnen je tot
een bepaald punt brengen, maar daarna betekenen ze niets meer.’ Volgens hem
maken sommige rijders de fout om te lang te blijven leunen op digitale
hulpmiddelen, in plaats van volledig te vertrouwen op hun gevoel.
De tekst gaat verder onder de afbeelding.
Verstappen zit niet alleen veel op de officiële simulator van Red Bull.
Juist daar onderscheidt Verstappen zich volgens Windsor van
veel leeftijdsgenoten. ‘Max heeft een hele duidelijke cut-off lijn tussen een
computerspel en het rijden van een raceauto’, legt hij uit. ‘Er staat enorm
veel druk op jonge coureurs om alles digitaal te blijven benaderen, maar hij
weet wanneer hij dat moet loslaten.’ In een tijdperk waarin data en simulaties
domineren, ziet Windsor dat onderscheid als een doorslaggevende kwaliteit.