De Formule 2 gaat in 2026 weer verder met een seizoen dat op
papier alles heeft: een volle kalender, een paar gevestigde namen die dit jaar móéten
toeslaan en een stapel rookies die meteen willen schoppen tegen de gevestigde
orde. De aftrap is opnieuw in Melbourne en daarna volgt een jaar met veertien ronden
tot en met de finale in Yas Marina Het veld is bovendien extra interessant omdat de line-ups al
vroeg zijn uitgekristalliseerd. Er zijn teams die bewust op ervaring inzetten,
maar ook renstallen die durven te gokken op pure snelheid en potentie. Met
Madrid als nieuwe stop in september en een lange zomerreeks met Monaco,
Barcelona, Spielberg en
Silverstone op rij, gaat het meteen om momentum: wie
start scherp, wie verliest zichzelf in banden- en kwalificatiechaos?
Ervaren mannen kunnen het verschil maken
De titelstrijd lijkt in elk geval niet om één naam te
draaien. De vijf grootste smaakmakers voor 2026 (op basis van vorm, teamkeuze
en profiel) zijn Alexander Dunne, Gabriele Minì, Nikola Tsolov,
Colton Herta en
Dino Beganovic. En voor Nederland is er één vaste reden om ieder weekend aan te
zetten:
Laurens van Hoepen, die zijn eerste volledige F2-seizoen gaat rijden
bij
Trident.
Alexander Dunne is de logische favoriet dit seizoen.
Rodin houdt hem aan boord na een rookiejaar waarin hij meteen liet zien dat hij
geen tijd nodig heeft om te wennen: twee zeges, zes extra podiums en P5 in het
kampioenschap. Aan het begin van het jaar leek hij zelfs even op weg naar het kampioenschap, maar aan het einde van het jaar zat het de Ier niet meer mee.
De tekst gaat verder onder de afbeelding.
Dunne reed vorig jaar een aantal testsessies voor McLaren, maar is inmiddels vertrokken bij het Britse team.
Continuïteit is in F2 vaak het halve werk, en Dunne krijgt dat
cadeau: dezelfde omgeving, dezelfde mensen, dezelfde manier van werken. Dat
scheelt vooral op zaterdagen, wanneer je maar één kans krijgt. Wat Dunne extra gevaarlijk maakt, is dat hij niet alleen
‘snel’ is, maar ook al weet hoe je een seizoen opbouwt. In de junioren was hij
al kampioen in de Britse F4 en reed hij structureel voorin in meerdere klassen. Dunne zelf zette de toon richting 2026 met één
duidelijke boodschap: het doel is de titel.
Gabriele Minì is misschien wel de interessantste comeback-kandidaat. Hij maakt in 2026 de overstap naar het Nederlandse
MP Motorsport. Dat is een move die vaker werkt in de F2: een coureur met bewezen snelheid die naar
een team gaat dat doorgaans efficiënt punten kan stapelen. Minì’s 2025 leverde
drie podiums en P13 op, maar het gevoel is dat er meer in zat dan de stand liet
zien, de Italiaan kende echter een hoop pech.
Bij MP krijgt Minì iets dat in deze klasse goud waard is:
structuur en herhaalbaarheid. Hij noemde de stap zelf een soort ‘thuiskomst’,
mede omdat er bij MP een sterke Italiaanse kern in de engineering zit. Minì
hoeft dus niet opnieuw uit te vinden hoe hij een weekend moet managen, maar
vooral hoe hij zijn pace omzet in echte topweekenden. Als dat lukt, ligt een
titelgevecht voor de hand.
Nieuwe namen met baggage
Nikola Tsolov is de naam die je nu al met rood omcirkelt
voor de chaosfactor. Hij komt naar F2 met een CV dat bijna schreeuwt om
aandacht: vijf F3-zeges (meeste ooit in die klasse) en P2 in het kampioenschap,
plus de status van Red Bull Junior. Hij blijft bovendien bij Campos, het team
waarmee hij eerder al titels pakte (onder andere in Spaans F4). Dat soort
vertrouwen en ‘fit’ kan een rookie meteen vleugels geven.
De vraag bij Tsolov is niet of hij kan winnen, maar hoe snel
hij het hele F2-plaatje onder controle krijgt. F2 straft namelijk harder dan
F3: één slechte kwalificatie en je hele weekend is een gevecht om schade te
beperken. Tsolov komt binnen in de Formule 2 met een bak aan ervaring, op negentienjarige leeftijd heeft de Bulgaar er al drie jaar aan F3-ervaring en twee raceweekenden in de Formule 2 opzitten.
De tekst gaat verder onder de afbeelding.
Herta komt met een enorme bak aan ervaring binnen in de Formule 2.
En dan heb je Colton Herta, het verhaal dat de serie in één
klap ‘anders’ maakt. Geen klassieke opstap-rijder, maar een gevestigde
IndyCar-topper die in Europa opduikt. Herta komt naar Hitech met een
IndyCar-palmares van 19 podiums, negen overwinningen en 16 poles, met als beste
eindklassering P2 in 2024. Dat is geen hype, dat is gewoon een coureur die
gewend is om te leveren onder druk.
De reden is ook duidelijk: Herta wil die deur naar
F1
openhouden en F2 is de meest directe route om superlicentiepunten te scoren én
om te laten zien dat hij op Europese circuits en in een F1-weekendformat kan
presteren. Herta combineert dit met een rol als
Cadillac F1-testcoureur en wil zo snel mogelijk de stap maken naar het Amerikaanse F1-team. Het is dus geen uitstapje, maar een strategische zet
met een plan erachter. Tegelijk is Herta niet automatisch kampioen omdat hij uit
IndyCar komt. Hij moet leren omgaan met Pirelli’s, met de ‘
one-shot’
kwalificatiespanning en met circuits als Monaco, waar je foutloos móét zijn.
Nederlandse hoop
Dat betekent niet dat de rest bij voorbaat kansloos is.
Invicta komt bijvoorbeeld het jaar in als regerend kampioenenteam met F3-kampioen Rafael Câmara en Joshua Dürksen als line-up. Dürksen zelf rijdt
zijn derde F2-seizoen en stapte over naar Invicta, met al meerdere zeges en
podiums op zak. Zo’n combinatie kan ineens heel constant zijn.
Voor Nederlandse fans draait het natuurlijk vooral om Laurens
van Hoepen. Trident heeft hem vastgelegd voor een volledig 2026-seizoen, nadat
hij in 2025 al F2-ervaring opdeed in Baku, Lusail en Yas Marina. In F3
pakte hij twee podiums en eindigde hij als twaalfde in de stand, wat een prima
basis is voor de stap omhoog.
De tekst gaat verder onder de afbeelding.
Van Hoepen is de enige Nederlander in de Formule 2 dit jaar.
Van Hoepen gaat bij Trident naast John Bennett rijden. Voor
Van Hoepen wordt 2026 vooral een seizoen waarin hij de stap van ‘erbij zitten’ naar 'constant presteren' wil maken: in kwalificaties dichterbij zitten, minder weekendverlies
door verkeer of timing, en vooral een ritme waarin top-10’s niet speciaal zijn
maar normaal. Trident staat niet per se bekend als topteam, maar Nederlanders als
Richard Verschoor en
Bent Viscaal lieten in het verleden al zien dat er echt wel resultaat te behalen is met het Italiaanse team.
Daarom wordt het interessant om te zien wie er in
Melbourne meteen ‘aan’ staat. Dunne moet vanaf ronde één laten zien dat hij de
titeldruk aankan. Minì wil bij MP direct bevestigen dat de stap de juiste was.
Tsolov komt met hype en moet bewijzen dat hij meer is dan alleen ‘pure pace’.
En Herta? Die gaat meteen een antwoord moeten geven op de vraag of
IndyCar-klasse zich laat vertalen naar F2-chaos, op circuits waar je nergens
kunt schuilen.