De strijd om de wereldtitel wordt volgens de analisten van The Race dit seizoen niet alleen op het circuit beslist. Minstens zo belangrijk wordt de ontwikkelingsstrijd tussen de topteams. Juist daarin verschilt 2026 volgens hen van voorgaande jaren, omdat de combinatie van het kostenplafond en de nieuwe technische reglementen ervoor zorgt dat iedere upgrade veel grotere gevolgen kan hebben.
Ben Anderson en Jon Noble winden er geen doekjes om. “De topteams in de Formule 1 zijn het over één ding eens: de uitkomst van de titelstrijd van dit jaar zal worden bepaald door de strijd om de auto-upgrades”, schrijven ze voor
The Race. Volgens hen is de ontwikkelingsrace dit seizoen ingewikkelder dan ooit. “Het is nooit gemakkelijk geweest, maar in 2026 wordt het extra moeilijk door de invoering van een kostenplafond, plus complexe technische voorschriften waarbij de prestaties van het chassis en de krachtbron nog nooit zo nauw met elkaar verweven zijn geweest.”
Woordenwisseling tussen Wolff en Vasseur
Die strijd heeft inmiddels ook buiten de baan voor spanning gezorgd. “Het heeft zelfs geleid tot een nieuwe woordenstrijd tussen
Ferrari en
Mercedes, over het indrukwekkende tempo waarmee Ferrari upgrades aan zijn auto heeft doorgevoerd”, schrijven de analisten.
Toto Wolff noemde Ferrari een team dat grenzeloos lijkt in de manier waarop het upgrades blijft brengen, waarna
Frédéric Vasseur dat opvatte als een insinuatie dat Ferrari het kostenplafond zou omzeilen.
Volgens The Race is Ferrari’s aanpak een bewuste keuze. “Je zou ervoor kunnen kiezen om je uitgaven aan het begin van het seizoen te concentreren en de auto in het begin agressief te ontwikkelen, maar dan moet je later in het seizoen wel genoegen nemen met minder frequente upgrades. Of je kunt, net als
Aston Martin en
Williams, in het begin van het seizoen geen geld uitgeven en de uitgaven naar achteren verschuiven voor wat in feite neerkomt op een B-spec-auto.”
De tekst gaat verder onder de afbeelding.
Wolff en Vasseur hadden wat onenigheid over het kostenplafond.
Minstens zo belangrijk als het aantal upgrades is volgens Anderson en Noble de vraag of ze ook daadwerkelijk doen wat de simulator voorspelt. “Wat
F1-teams het meest vrezen, is een upgrade die niet heeft opgeleverd wat de simulatiemodellen voorspelden, want dat betekent dat de correlatie niet klopt.” Dat probleem speelde dit seizoen al bij meerdere teams. “We hebben in 2026 gezien dat teams hiermee in de problemen kwamen: zowel
McLaren als Williams brachten updates voor de voorvleugel uit die geen onmiddellijke prestatieverbetering opleverden”, stellen ze.
Een verkeerde correlatie kan volgens de analisten grote gevolgen hebben voor de rest van het ontwikkelingsprogramma. “Correlatieproblemen duiden op een discrepantie ergens in je ontwikkelingsproces, waardoor auto-onderdelen meer beloven dan ze waarmaken, of andersom. Hoe dan ook, die fout moet worden opgespoord, anders raak je de weg kwijt.” Daar komt nog een extra uitdaging bij die specifiek is voor de reglementen van 2026. “Er is ook een andere realiteit waarmee F1-teams in 2026 te maken krijgen, namelijk dat het snelheidsprofiel van de auto’s in bochten een directe invloed kan hebben op het energieverbruik op het daaropvolgende rechte stuk”, leggen Anderson en Noble uit.
Plan moet telkens worden aangepast
Volgens The Race zullen teams hun oorspronkelijke ontwikkelingsplan daarom regelmatig moeten aanpassen. “Het upgradeplan voor het voorseizoen is slechts een startpunt”, concluderen de analisten. “Het dynamische proces van het upgradeplan zal ook ingrijpend moeten worden aangepast als een team het jaar begint met een duidelijk en voor de hand liggend probleem.” Daarmee lijkt de ontwikkelingsstrijd minstens zo bepalend te worden als de gevechten op het asfalt.