McLaren ontwikkelde zich in 2024 tot een van de snelste teams
van het veld, maar moest uiteindelijk toch met Ferrari vechten om het
constructeurskampioenschap. CEO Zak Brown benadrukt dat het team eigenlijk
nooit echt zeker was dat ze die titel ook daadwerkelijk zouden winnen. De
Amerikaan meent dat Ferrari minstens zo sterk was als McLaren en het makkelijk game
over had kunnen zijn in Abu Dhabi. Max Verstappen leek na een sterke start van het seizoen weer
te gaan domineren, maar na Spanje wist
Red Bull Racing maandenlang geen zege
meer te pakken. ‘Het was een spannend jaar. Het was niet makkelijk, zoals je je
wel kunt voorstellen’, stelt Brown op de podcast
The Intercooler. Zijn team viel
juist op in de positieve zin en ging aan Red Bull voorbij in het
constructeurskampioenschap. Uiteindelijk wisten ze deze pas in het laatste raceweekend
veilig te stellen. ‘Aan al die mensen die met zes, zeven races te gaan zeiden
dat we er wel zeker van waren (de constructeurstitel, red.):
Je ziet hoe
snel de Formule 1 kan veranderen’, zegt Brown.
McLaren kon in theorie nog verslagen worden door Ferrari,
dat in het laatste weekend alles op alles zette om nog kans te maken op de
titel. ‘Op zaterdag zag het er goed uit, we stonden met twee auto’s op de
voorste startrij. Ferrari had ondertussen problemen met Leclerc’, blikt Brown
terug op het raceweekend in Abu Dhabi.
Oscar Piastri kwam tijdens de race
echter snel in de problemen. ‘Vanaf de eerste bocht stond de druk er al op bij
ons. Als Lando op de tweede plek was geëindigd:
game over’, geeft de
Amerikaan aan. ‘Het kwam aan op de laatste race, de laatste ronde. Maar het voelde
geweldig’, aldus de CEO van McLaren.
Alle ontwikkelingen bleken succesvol
Brown heeft aan dat het relatief lang duurde voor McLaren
echt begon te geloven in het mogelijk pakken van de constructeurstitel. ‘Er is
altijd iets om voor te vechten’, stelt hij. ‘Na tien races dacht ik nog niet
aan het constructeurskampioenschap, nadat Max zo’n fantastische start had’,
verwijst hij naar de succesvolle openingsfase van de Nederlander, die zeven van
de eerste tien races won. ‘Het gevoel kwam pas halverwege het seizoen, zo rond
Hongarije. We domineerden die race. Ik dacht: Als we blijven doen wat we doen,
dan lukt dit’, gloorde er toen echt hoop.
De tekst gaat verder onder de afbeelding.
De Grand Prix van Hongarije was de race die McLaren hoop op de titel bezorgde.
Iedereen binnen de Britse renstal droeg bij aan het succes.
Brown wijst naar teambaas Andrea Stella maar ook naar de mensen achter de
schermen. ‘Het team heeft geweldig werk geleverd met het verder ontwikkelen van
de auto. Ze gaven nooit op’, prijst hij het doorzettingsvermogen van de mensen
in de fabriek. Alles leek het team uit Woking mee te zitten. ‘Alle
ontwikkelingen werkten, wat niet altijd het geval is, maar bij ons dus wel’,
glundert Brown. Ondertussen kon Red Bull het probleem niet vinden, greep Ferrari
terug op een oudere versie van de auto en was de
Mercedes-bolide erg
weergevoelig.
Ferrari minstens zo sterk als McLaren
Brown heeft ook veel lof voor zijn rijders. ‘We hebben ook
twee geweldige coureurs, zonder hen hadden we dit niet gekund. Oscar heeft elke
ronde gereden’, benadrukt hij dat de Australiër geen enkele keer uitviel en nooit
op een ronde werd gezet. ‘Lando won vier races, Oscar won er ook twee’, wijst hij
bovendien op de zes gewonnen Grands Prix. ‘Ferrari was net zo sterk als wij. Zij
werden uiteindelijk de grote rivaal’, geeft Brown aan dat het
geen makkelijke titelwinst was.
Het eerste kleine keerpunt in het seizoen kwam toen Norris de
Grand Prix van Miami wist te winnen. ‘Miami was duidelijk een stap vooruit. Dat
was echt een race die ons in het spel bracht’, is de CEO van mening. De goede
resultaten bleven komen en McLaren sloot voor het eerst sinds 1998 het
seizoen af als constructeurskampioen. Dat is zeker niet voor herhaling vatbaar.
‘Ik hoop van niet, 26 jaar is heel lang’, lacht Brown. ‘Ik zou graag nog werken
over 26 jaar, maar ik weet of ze willen dat ik blijf als het nog eens 26 jaar
gaat duren’, sluit de Amerikaan af.