Momenteel is het onderwerp van expres crashen in de Formule 1 weer
op komen laaien. Toen tijdens de Braziliaanse Grand Prix Max Verstappen zijn
teamgenoot Sergio Pérez niet wilde passeren, terwijl dat wel van hem werd
gevraagd, en de Nederlander over de boordradio riep ‘ik heb mijn reden
aangegeven’, werd er hevig gespeculeerd over wat deze redenen zouden kunnen zijn. Uiteindelijk leek het erop dat het te maken had met een crash van
de Mexicaan in Monaco eerder dit jaar. Pérez zou expres zijn auto in de muur
hebben geparkeerd om er zo voor te zorgen dat zijn teamgenoot niet de pole zou
pakken. Een interessant onderwerp, want dat zou niet de eerste keer zijn dat
coureurs in de Formule 1 crashen met die intentie. Hier volgen dan ook een
aantal bijzondere momenten waarop coureurs expres een crash veroorzaakten.
Senna: ‘If you no
longer go for a gap that exists…’
Het was 1990 toen het fout ging tussen rivalen
Alain Prost en
Ayrton Senna. De Braziliaan stond eerste in het kampioenschap met een verschil
van tien punten, wanneer de een-na-laatste Grand Prix van het jaar werd
verreden in Japan. Tijdens de kwalificatie pakte Senna pole met zijn
McLaren.
Prost startte in een
Ferrari slechts één positie achter enkelvoudig
wereldkampioen Senna. De McLaren-coureur was bij aanvang van de start echter
erg chagrijnig, omdat de startplek voor de man op pole aan de vuile kant van
het circuit was, ondanks pogingen om dat te veranderen.
Toen de lampen uitgingen kwam Senna dan ook slecht weg, waardoor
Prost de leiding kon overnemen. Na het rechte stuk wilde de Braziliaan de coureur
in de
Ferrari terugpakken en hij plaatste zijn auto aan de binnenkant van de
eerste bocht, waar op dat moment Prost de apex probeerde te halen.
Onvermijdelijk was dan dat de twee elkaar raken. Samen schoven ze het grind in,
waarmee de race er voor hen beiden op zat. Daarmee werd gelijk ook de titel van
dat jaar beslist, omdat er op dat moment nog een ander puntensysteem gold
(namelijk 9-6-4-3-2-1). Achteraf sprak Senna de legendarische woorden: ‘Als je
als coureur niet in een gat duikt, ben je geen coureur meer.’
Schumacher rijdt in op titelrivaal Hill
Het weekend van de Grand Prix van Australië op het circuit van Adelaide
in 1994 was erg spannend, want het was de laatste race van het jaar en zowel
Michael Schumacher als
Damon Hill maakte kans op de titel. Met een verschil van
slechts één punt kon alles nog gebeuren. Tijdens de kwalificatie reed de
Duitser een tweede tijd en Hill eindigde een plek achter de
Benetton-coureur. Zondag
vertrok Nigel Mansell vanaf pole, maar de Brit kwam slecht weg. Daardoor kon
Schumacher de leiding pakken, op de voet gevolgd door zijn titelrivaal in de
Williams. Deze top-twee bleef tot aan ronde 35 hetzelfde.
Hill liep in op de
Benetton, toen Schumacher in bocht vijf van de
baan schoot. Hij raakte de muur, maar kon verder rijden. Op dat moment zat de
Britse coureur er dicht achter en toen Hill aan de binnenkant van de volgende
bocht langs de Duitser probeerde te komen, stuurde Schumacher agressief in. De coureur
die later zevenvoudig wereldkampioen zou worden eindigde in de muur. Hill kon
verder, maar ook zijn race kwam ten einde toen hij de pits bereikte. Met een
verschil van één punt won Schumacher een controversiële eerste titel. Velen
hadden het idee dat de wereldkampioen expres instuurde op zijn titelrivaal,
maar de stewards zagen het als race-incident.
Villeneuve bemachtigt titel na mislukte actie Schumacher
Het laatste raceweekend van het 1997-seizoen werd verreden in Spanje
op het Circuito de Jerez. Bij aanvang van de race, die officieel de Grand Prix van
Europa heette, was het verschil tussen koplopers Schumacher en
Jacques Villeneuve
slechts één punt in het kampioenschap. Met een alles of niks-instelling van de
Duitse
Ferrari-coureur ging het dat weekend dan ook opnieuw fout. Met nog 22
rondes te gaan lag Schumacher aan de leiding en zijn titelrivaal reed vlak
achter hem.
Met een inhaalactie van Villeneuve in een
Williams besloot de coureur
met toen twee kampioenschappen achter zijn naam, de deur compleet dicht te gooien.
Schumacher reed in op de Canadees, waardoor zijn
Ferrari in het grind belandde.
De Duitser kon niet verder, maar Villeneuve reed door en werd uiteindelijk
derde. Met de vier punten die hij daarmee bemachtigde, won de Williams-coureur
zijn eerste en enige kampioenschap. Achteraf werd de actie van Schumacher
bekeken en omdat hij als schuldige werd gezien van expres insturen op zijn rivaal,
werd hij gediskwalificeerd van het kampioenschap van 1997.
Schumacher ‘parkeert’ auto strategisch tijdens kwalificatie in Monaco
In 2006 stond Schumacher opnieuw in het middelpunt van belangstelling.
Het was zaterdag tijdens het zevende raceweekend van het jaar en
Renault-coureur
Fernando Alonso stond met 54 punten eerste in het kampioenschap. Achter hem
stond Schumacher met vijftien punten minder op de tweede plaats. Aan het einde van
Q3 waren de coureurs bezig met hun laatste vliegende ronde, toen de
Ferrari-coureur
zich in bocht zeventien vergaloppeerde. Vanwege de gele vlaggen die het incident veroorzaakte, kon zijn rivaal Alonso geen pole pakken.
Toch riep de actie van de Duitser vragen op, want het kwam voor
hem wel heel goed uit. Zijn
Ferrari was niet beschadigd en hij had ook nog eens
pole. Die avond besloten de stewards dan ook dat Schumacher de race van
achteren moest starten. Uiteindelijk reed hij zichzelf op zondag wel naar voren
en pakte nog vier punten met zijn vijfde plaats. Het bleek het jaar te zijn dat
Alonso zijn tweede titel pakte.
Crashgate: de donkere bladzijde van Renault
Het grootste schandaal wat betreft expres crashen was in 2008
tijdens de Grand Prix van Singapore. Het team van
Renault had een slecht jaar
en met nog geen enkele overwinning begon het team aan het vijftiende raceweekend
van dat jaar. Alonso, die na een jaar bij
McLaren weer terug was bij de Franse
renstal, had tijdens de kwalificatie problemen en kon tijdens Q2 geen tijd neerzetten.
Startend vanaf de vijftiende positie besloot Renault hem met een andere strategie
te laten rijden. In ronde twaalf kwam de Spanjaard al binnen voor extra brandstof.
Twee rondes later crashte zijn teamgenoot
Nelson Piquet Jr. bij
het uitkomen van bocht zeventien. Dat moment veroorzaakte een safety car,
precies nadat de meeste coureurs de pitlane waren gepasseerd. Slechts twee auto’s
konden naar binnen voor een setje vers rubber, waarna de pitlane werd gesloten.
Door de safety car reden alle wagens dicht achter elkaar en toen de pitstraat
weer werd vrij gegeven kwam bijna iedereen naar binnen. Daardoor kon Alonso de
leiding van de race in handen nemen.
De
Renault-coureur kwam uiteindelijk ook als eerste over de streep
en pakte daarmee zijn eerste overwinning van het jaar. ‘Dit wordt een
historische race voor de Formule 1’, waren de woorden die die Alonso na afloop
uitsprak. Niks bleek minder waar. Hoewel er op dat moment niet veel twijfel was
over opzet, werd bijna een jaar later de crash wereldnieuws. Piquet Jr. reed in
2009 nog steeds bij Renault, maar werd na de tiende race in Hongarije vervangen
door Romain Grosjean.
Daarna kwam de Braziliaan naar buiten met het verhaal dat de
directeur van
Renault, Flavio Briatore, en het hoofd engineering, Patrick
Symonds, hem opdracht gaven om in ronde veertien te crashen. Het team werd beschuldigt
van race fixing en de twee mannen werden dan ook schuldig bevonden. Alhoewel
het incident voor Alonso geen gevolgen had, werd dit wel het grootste schandaal
van de Formule 1 en kwam het later bekend te staan als 'crashgate'.