Peter Windsor is niet overtuigd door het idee dat de nieuwe
reglementen de Formule 1 automatisch beter maken. Hoewel er meer inhaalacties
lijken te zijn dan onder de vorige generatie regels, zet de Brit vraagtekens
bij de waarde van die acties. Volgens Windsor is er een groot verschil tussen
echte gevechten op de baan en kunstmatige positiewisselingen die vooral door
systemen en energiemanagement worden veroorzaakt. De analist ziet dat de sport veel nadruk legt op het aantal
inhaalacties, maar vindt dat cijfer op zichzelf nietszeggend. Een coureur kan
een tegenstander passeren, waarna die ander kort daarna op een rechte lijn weer
eenvoudig terugkomt. Voor Windsor voelt dat niet als racen, maar als een
situatie waarin de auto’s en engineers te veel bepalen wat er gebeurt. Hij
vindt dat de rol van de coureur daardoor kleiner wordt.
Niet zoals het hoort
"Het hangt ervan af wat je onder racen verstaat",
begint Windsor zijn uitleg in een
livestream op zijn YouTube-kanaal. "Zoals ik eerder heb gezegd: het is één ding
om een echte inhaalactie te plaatsen richting een chicane, zoals Max deed bij
Pierre Gasly in
Suzuka. Maar als Gasly daarna bij het uitkomen van die chicane gewoon
weer langs hem heen blaast, dan zou dat normaal gesproken nooit gebeuren in
normale raceauto’s."
De tekst gaat verder onder de afbeelding.
Verstappen kwam Gasly maar niet voorbij in Japan.
Volgens Windsor voelt het daardoor alsof de acties niet op
een natuurlijke manier ontstaan. De Brit vindt dat de technische kant van de
sport te veel invloed krijgt op het gevecht tussen coureurs. "Het was
alsof de engineers wisten dat het allemaal zou gaan gebeuren", vervolgt
hij. "Het was bijna alsof ze het allemaal vanuit de pitmuur
controleerden."
Daarbij stelt Windsor ook de vraag waarom een coureur als
Verstappen zo uitzonderlijk wordt beloond als het verschil op zulke momenten
nauwelijks nog door de rijder wordt gemaakt. In zijn ogen kan bijna elke goede
Grand Prix-coureur op die manier een soortgelijke actie uitvoeren. "Wat is
dan het nut om Max miljarden, biljoenen of wat ze hem ook betalen te geven, als
eigenlijk elke coureur kan doen wat hij daar deed?", vraagt Windsor zich
af.
De analist benadrukt dat hij daarmee niet bedoelt dat
Verstappen geen uitzonderlijke coureur is, maar juist dat de reglementen zijn
klasse op zulke momenten minder zichtbaar maken. Wanneer het vooral draait om
het juiste knopje indrukken of het juiste energiescenario gebruiken, verdwijnt
volgens Windsor een deel van de pure racekunst. "Elke goede Grand
Prix-coureur kon doen wat hij daar deed", stelt hij.
Valse data
Windsor schetst vervolgens hoe kunstmatig sommige duels voor
hem aanvoelen. "Het is dan: oké ik druk op deze
knop", zegt hij. "Oh wauw, voorbij
Oscar Piastri. Oh wauw, hij is weer
voorbij mij. Dat is niet
Max Verstappen, dat is gewoon een normale
coureur." Voor Windsor is dat de kern van het probleem. De Formule 1
kan dergelijke momenten wel tellen als inhaalacties, maar hij vindt dat ze niet
dezelfde waarde hebben als traditionele gevechten waarin een coureur zijn
tegenstander uitremt, onder druk zet of een bocht beter voorbereidt. "Voor
mij is dat geen racen", zegt hij duidelijk. "Maar het kan natuurlijk
worden geplaatst onder het kopje: oh, daar is een inhaalactie, en daar is nog
een inhaalactie."
De tekst gaat verder onder de afbeelding.
Windsor kan niet geloven dat de Formule 1 tevreden is met de nieuwe manier van inhalen.
De Brit vreest dat de sport zich te veel blindstaart op
statistieken. Meer positiewisselingen betekenen volgens hem niet automatisch
dat het racen beter is geworden. "Dan zeggen ze: er zijn twee
inhaalacties, laten we die aan de lijst toevoegen", vervolgt Windsor.
"Maar het zijn geen inhaalacties. Het zijn gewoon wat ze ook zijn:
vermogensstoten of het tegenovergestelde daarvan."
Daarmee blijft Windsor sceptisch over de richting waarin de
Formule 1 zich beweegt. De sport wil met nieuwe regels voor meer spektakel
zorgen, maar volgens de analist is het gevaar dat de coureur juist minder
centraal komt te staan. Voor hem draait racen niet om het kunstmatig creëren
van positiewisselingen, maar om een gevecht waarin de rijder met talent, timing
en lef het verschil maakt.