Max Verstappen en Red Bull Racing wisten
de reglementswijziging van 2022 prima te tackelen en, enigszins tegen de
verwachting in, de titel te prolongeren. Gezien de reglementswijzing is dit een
knappe prestatie van de Oostenrijkse renstal, aangezien de meeste teams na een
regelverandering zinken. Zeker na ‘de grootste wijziging in vier decennia’,
zoals Adrian Newey het noemde. F1Maximaal blikt terug op andere grote
reglementswijzigingen in de Formule 1 en belicht hoe knap de prestatie van Red
Bull en Verstappen is. Het aerodynamisch concept van de Formule 1-bolides
werd voorafgaand aan dit seizoen volledig veranderd. Waar de auto’s in het
verleden de downforce moesten genereren vanuit de vleugels, komt het nu van de
vloer. Dit betekende dus een herintrede van de grondeffectauto’s die in de
jaren zeventig en tachtig nog prevalent waren in de sport. Door de overgang
naar deze bolides stak een vervelend fenomeen weer de kop op, namelijk
porpoising.
Red Bull had het snel onder de knie terwijl teams als
Mercedes er langer last
van hadden. Ook
Ferrari bleef niet bespaard.
Red Bull had dus eigenlijk vrij baan, maar aan het
begin van het seizoen verliep het allesbehalve soepel bij de Oostenrijkse
renstal.
Ferrari had de snelste auto en de RB18 was niet betrouwbaar. Verstappen
stond na drie races dan ook achter teamgenoot
Sergio Pérez en de achterstand op
Charles Leclerc was 46 punten. Een hels karwei dus voor de regerend wereldkampioen
om nog kans te maken op titelprolongatie. Wat gedurende het jaar wel duidelijk
werd, was dat Newey met zijn kennis Red Bull een waanzinnige auto had gegeven.
Dat heeft hij eerder bij teams al gedaan, waardoor renstallen boven kwamen
drijven na een reglementswijziging.
1983: Ferrari prolongeert
constructeurstitel, maar moet Piquet voor zich dulden
De grote reglementswijziging van vier decennia geleden
waar Newey naar verwees, werden ingevoerd in 1983. Toen stapte de Formule 1
juist af van de grondeffectauto’s, aangezien deze te gevaarlijk zouden zijn. De
reglementswijziging kwam redelijk laat, waardoor teams weinig tijd hadden om de
bolides te optimaliseren. Het was uiteindelijk het team van Brabham dat het
beste uit de startblokken kwam.
Nelson Piquet wist namelijk de eerste zege te
pakken tijdens de Grand Prix van Brazilië. Het duurde echter tot het einde van
het seizoen voordat het team van Brabham enige vorm van dominantie begon uit te
stralen.
Het werd uiteindelijk een spannend seizoen, waarbij
meerdere coureurs van verschillende teams een goede kans maakten op het
kampioenschap. Het was Piquet die het rijderskampioenschap naar zich toe wist
te trekken, maar Alain Prost, Patrick Tambay en René Arnoux maakten gedurende
het seizoen ook kans op de titel. Het team van Brabham wist de laatste drie races
allemaal te winnen, waarbij Piquet ook wel de mazzel had dat zijn directe
concurrenten in de laatste race allemaal niet de finish haalden, anders was
Ferrari er met de rijderstitel vandoor gegaan. Ondanks de teleurstellende
betrouwbaarheid van de auto van Riccardo Patrese wist
Ferrari wel de constructeurstitel
te grijpen.
1994: Benetton en nieuwe legende komen
bovendrijven
De reglementswijzigingen voor 1994 zullen niet te boek
staan als de grootste veranderingen in de Formule 1-geschiedenis. Dat seizoen
staat vooral bekend om de tragische dood van Roland Ratzenberger en natuurlijk
Ayrton Senna. Dat jaar zag men ook een nieuwe ster geboren worden, mede dankzij de
nieuwe reglementen. De Formule 1 elimineerde dat seizoen namelijk enkele
elektronische hulpmiddelen. Zo werden tractiecontrole, een actieve vering en vierwielbesturing
verboden. Het team van Benetton kon uiteindelijk het beste met deze verandering
omgaan en leverde daardoor een nieuwe kampioen.
Een jaar eerder was het nog Prost die de titel pakte
met Williams. De Britse renstal kwam ook niet slecht uit de reglementswijziging,
want Damon Hill ging de strijd aan met
Michael Schumacher. Het bleef tot de
laatste Grand Prix van het kampioenschap spannend, maar dat had Schumacher
vooral aan zichzelf te danken. De toenmalig Benetton-coureur wist in de eerste
zeven races namelijk zes keer te winnen en in de andere race werd hij tweede.
Daarna begonnen de problemen voor de Duitser. In de zes races die volgden, wist
Schumacher nog maar één keer te winnen, maar dat kwam vooral omdat hij werd
gediskwalificeerd tijdens de race op Silverstone na het negeren van de zwarte
vlag.
Wat wel duidelijk was, was dat Benetton duidelijk de snelste
auto had en dat het team een ruwe diamant in handen had met Schumacher. De nu zevenvoudig
wereldkampioen en zijn bolide wisten de reglementen perfect te trotseren om Prost
van de troon te stoten. Williams werd echter niet onttroond als constructeurskampioen.
Dat kon Benetton vooral wijten aan haar tweede rijders, waar
Jos Verstappen er één
van was, aangezien zij de punten niet binnen wisten te halen. In een controversiële
laatste race was het uiteindelijk wel Schumacher die aan het langste eind trok
in het coureurskampioenschap. Na een crash met zijn titelrivaal had hij de
voorsprong in de titelstrijd nog in handen en werd hij voor het eerst
wereldkampioen.
1998: Newey toont briljante ontwerpkunsten
Williams was midden jaren negentig het sterkste team
in de Formule 1. De Britse renstal had één iemand die
McLaren graag wilde
overnemen en dat was Newey. Dat kwam McLaren voor de reglementswijziging
perfect uit, want het succesvolle team wist in 1998 en 1999 eindelijk weer kampioenschappen
te winnen. In 1997 waren het nog Schumacher en Jacques Villeneuve die de
titelstrijd met elkaar aan gingen, maar een jaar later moest
Mika Häkkinen het
gevecht aangaan met de
Ferrari-rijder. De Italiaanse renstal bleef dus sterk
ondanks de reglementswijzigingen, maar de auto van McLaren was net wat beter.
In 1998 werd de auto vooral een stuk smaller gemaakt. De
toegestane breedte ging van 2000mm naar 1800mm, en het profiel van de banden
werd ook anders. Hierdoor was de grip heel erg anders. Deze veranderingen kwam
het team van
McLaren dus het beste te boven. Häkkinen en teamgenoot David
Coulthard stonden in de zestien Grands Prix twaalf keer op poleposition. Schumacher
wist vooral aan het einde van het jaar wat terug te doen, maar uiteindelijk was
het Häkkinen die er met de titel vandoor ging. Door de goede prestaties van
Coulthard wist McLaren ook nog eens het constructeurskampioenschap veilig te
stellen.
Adrian Newey heeft al meerdere malen zijn ontwerpkunsten getoond.
2009: Brawn tovert konijn uit de hoge hoed
Het 2009-seizoen kende enkele belangrijke
veranderingen. De Formule 1 wilde vooral dat de auto’s er weer een stuk beter
uit kwamen te zien en dat er meer gevechten op de baan zouden zijn. Hierdoor
werd het aerodynamisch profiel van de auto’s op de schop gegooid. Zo werden de
vleugels, het chassis en bijvoorbeeld ook de diffuser aangepast. Het was
uiteindelijk
Brawn GP dat de regels op de beste manier interpreteerde door met
een dubbele diffuser te komen. Iets waar de rest van de grid niet aan had
gedacht. Brawn GP, en dan vooral
Jenson Button, was in de openingsfase van het
seizoen nagenoeg ongenaakbaar.
In de eerste zeven races van het seizoen wist Button
zes keer te winnen.
Sebastian Vettel wist de Grand Prix van China te winnen,
waardoor niet alle zeges naar de Brit gingen. Na de Grand Prix van Turkije
wist Button niet meer te winnen en was het alleen
Rubens Barrichello die nog twee zeges boekte. De
andere teams hadden het concept van de renstal immers gekopieerd en toen bleek de auto van
Brawn GP eigenlijk helemaal niet zo bijzonder te zijn. Vettel
probeerde Button in de laatste races van het seizoen het nog heet onder de voeten
te maken, maar de voorsprong van de man uit Frome bleek uiteindelijk te groot.
Button pakte zijn enige titel en nadat de dubbele diffuser werd verbannen, was
het Vettel die, mede dankzij het ontwerp van Newey, een dominante periode inging.
2014: Nieuw motorreglement trapt Mercedes-tijdperk
af
Het 2014-seizoen zag de grootste verandering aan de
motoren sinds het begin van de Formule 1. De koningsklasse van de autosport stapte
over naar een 1.6-liter V6-krachtbron en dat was het opstapje dat
Mercedes
nodig had. De jaren daarvoor was het nog telkens Red Bull dat zowel het
coureurs- als constructeurskampioenschap wist te winnen, maar nu was het de
beurt aan de Duitse renstal. Met
Lewis Hamilton en Nico Rosberg had Mercedes
een combinatie die in staat was om elke race te winnen. In 2014 wist Mercedes
slechts drie keer niet te winnen en al die andere zeges gingen naar Daniel
Ricciardo. Dat weerhield de Duitse renstal er dus niet van om de
constructeurstitel te pakken en Hamilton zijn tweede kampioenschap te geven.
In de jaren die volgden wist niemand
Mercedes van de
constructeurstitel te houden.
Ferrari deed vaak maar een half seizoen een gooi
naar de titel, terwijl Red Bull in 2021 net tekortkwam door de mindere
prestaties van
Sergio Pérez in de openingsfase van het seizoen. Hamilton pakte
tussen 2014 en 2021 ook zes van zeven kampioenschappen. Alleen Rosberg en Verstappen
wisten de Brit te verslaan. Rosberg deed dat natuurlijk in hetzelfde materiaal,
terwijl Verstappen het in zijn RB16B moest zien bol te werken. Dat lukte uiteindelijk
en een jaar later pakte de Nederlander, eigenlijk tegen beter weten in, dus
weer de titel.
Geen enkele coureur wist na een grote
reglementswijziging zijn titel te prolongeren, behalve dus Verstappen.
Constructeurs wisten hun auto vooral in de jaren tachtig nog wel goed te
ontwikkelen, waardoor ze wel de constructeurstitel wisten te behouden. Toch
zijn reglementswijzigingen ook vaak de katalysator voor veranderingen in de verhoudingen
tussen de teams en coureurs. Vooral in 2009 gaf dat een bijzondere kampioen.
Bovendien was de verandering van 2009 ook deels verantwoordelijk voor de
dominantie van Vettel en deze werd uiteindelijk gebroken door Hamilton. De zevenvoudig
wereldkampioen moest zijn dominantie ook opgeven door de uitvinding van Newey
en de rijderskunsten van Verstappen.