Peter Windsor heeft een uitgesproken visie op de rol en
toekomst van Christian Horner in de Formule 1. Volgens de Britse analist wordt
de teambaas van Red Bull Racing vaak neergezet als een machtspoliticus met
grootse ambities, maar ligt de realiteit genuanceerder. Windsor schetst Horner
vooral als iemand die zijn carrière stap voor stap heeft opgebouwd en daarbij
vooral heeft uitgeblonken in het managen van mensen, niet zozeer in het zelf
creëren van technische magie. In die context plaatst Windsor ook vraagtekens bij het idee
dat Horner ooit zijn eigen Formule 1-team zou moeten willen bezitten. De
suggestie dat hij bijvoorbeeld Williams had moeten overnemen, vindt hij
achteraf gezien weinig logisch. Horner heeft volgens Windsor altijd geopereerd
binnen een duidelijke structuur, waarin hij optimaal functioneerde als schakel
tussen technische toppers en de commerciële of bestuurlijke bovenlaag. Dat
model werkte bij Red Bull, maar is niet zomaar te kopiëren.
Horner was niet bijzonder
Windsor wijst er in een
livestream op zijn YouTube-kanaal op dat Horner al vroeg zijn eigen pad volgde
binnen de autosport. Na een bescheiden carrière als coureur bouwde hij
succesvolle teams op in de juniorcategorieën, voordat hij door Red Bull werd
benaderd om Jaguar Racing over te nemen. ‘Christian is Christian’, stelt
Windsor. ‘Hij had zijn eigen carrièrepad als coureur, zette sterke Formule
3000- en Formule 3-teams op en werd daarna gevraagd om Jaguar te runnen.’
Volgens Windsor deed Horner dat uitstekend, maar vooral dankzij één cruciale
beslissing.
De tekst gaat verder onder de afbeelding.
Windsor denkt dat de voormalig teambaas van Max Verstappen afhankelijk was van de mensen om zich heen.
Die sleutel tot succes was volgens Windsor het aantrekken en
beschermen van
Adrian Newey. ‘Hij haalde Adrian binnen en liet hem zijn werk
doen’, zegt Windsor. ‘Hij gaf hem de ruimte om zijn eigen mensen te kiezen en
fungeerde als buffer tussen Adrian en alles wat engineers niet willen.’ Juist
dat vermogen om een technisch genie af te schermen, maakte Horner uitzonderlijk
effectief. Het leidde tot een reeks wereldtitels en een dominante periode voor Red
Bull Racing.
Volgens Windsor wordt die rol vaak onderschat. Horner was
niet per se uniek als teammanager, maar hij was op het juiste moment de juiste
persoon. ‘Hij was niet anders dan veel anderen die een team kunnen runnen’,
stelt Windsor. ‘Maar hij deed één ding beter dan mensen als
Ron Dennis of Frank
Williams: hij hield Adrian tevreden.’ Dat maakte volgens Windsor het verschil.
De successen vloeiden voort uit die stabiliteit, niet uit Horner als
allesbepalende architect.
Nieuwe rol?
Nu Newey niet langer onderdeel is van Red Bull, plaatst
Windsor vraagtekens bij Horners toegevoegde waarde elders. ‘Zonder Adrian zie
ik hem niets bijzonders doen’, stelt hij keihard. In zijn ogen zijn er genoeg
capabele managers in de paddock, zoals
Jonathan Wheatley, die vergelijkbare
taken kunnen uitvoeren. Het unieke element van Horners succes is daarmee
verdwenen, waardoor een overstap naar een ander team weinig logisch zou zijn.
De tekst gaat verder onder de afbeelding.
Windsor ziet Horner wel terugkeren in een bestuurlijke rol in de paddock.
Daarom ziet Windsor een heel ander toekomstpad voor Horner.
Niet aan het roer van een nieuw team, maar in een bestuurlijke rol binnen de
sport. ‘Als ik Christian was, zou ik kijken naar iets als
FIA-president’,
suggereert hij. Een positie binnen de FIA of zelfs een rol bij
Liberty Media,
in de lijn van Formula One Group, past volgens Windsor veel beter bij zijn
profiel. ‘Waarom zou hij nog een team willen runnen?’ vraagt hij zich hardop
af. ‘Dat slaat nergens op.’
Windsor benadrukt daarbij dat dit geen afrekening is met
Horner. Integendeel, hij spreekt met respect over wat Horner heeft bereikt. ‘Hij
heeft zijn carrière precies zo doorlopen als je zou verwachten’, zegt Windsor.
Maar juist omdat die carrière zo succesvol is geweest, ziet hij weinig reden om
nogmaals hetzelfde risico te nemen. In plaats daarvan ligt er volgens Windsor
een logische volgende stap buiten de pitmuur, op het niveau waar beslissingen
over de sport als geheel worden genomen.