De discussie over de rijdbaarheid van de Red Bull Racing-bolide duikt met regelmaat op, zeker wanneer teamgenoten van Max Verstappen moeite hebben om hetzelfde niveau te halen. Alexander Albon stelde nuchter dat de auto
simpelweg is wat hij is, terwijl Pérez explicieter was door te suggereren dat
de ontwikkeling vooral rond Verstappen plaatsvindt. Volgens Peter Windsor
zeggen die uitspraken echter vooral iets over de coureurs en hun rijstijl, en
veel minder over het concept van de auto zelf. Voor Windsor begint het verhaal bij een fundamenteel aspect
van topniveau in de Formule 1. ‘Voor elke coureur is het belangrijkste
onderdeel van vaardigheid aanpassingsvermogen’, zegt Windsor in een
livestream op zijn YouTube-kanaal. In zijn
ogen wordt het problematisch zodra rijders verklaringen buiten zichzelf gaan
zoeken. ‘Iedere coureur die de auto, de race-engineer of iets anders makkelijk
de schuld geeft, is niet zelfkritisch genoeg om zich af te vragen waarom hij
niet hetzelfde doet als de man in de andere auto.’
Geen zelfkritiek
Dat patroon is volgens Windsor allesbehalve nieuw. ‘We zien
dat keer op keer in de geschiedenis van de Formule 1’, legt hij uit. ‘De tweede
coureur is langzamer en geeft onvermijdelijk iets anders de schuld. En dat
leidt altijd tot een neerwaartse spiraal.’ Zodra die mindset ontstaat, wordt
het volgens Windsor steeds moeilijker om het echte probleem te adresseren,
omdat de focus niet meer ligt op rijstijl en aanpassing.
De tekst gaat verder onder de afbeelding.
Pérez had vooral in zijn laatste jaar moeite met zijn Red Bull-auto.
Windsor haalt daarbij bekende voorbeelden aan. ‘Sebastian
Vettel is daar een klassiek voorbeeld van toen hij bij Red Bull naast Daniel
Ricciardo reed’, zegt hij. ‘Er kwamen bepaalde problemen in zijn rijden naar
voren en die zijn nooit echt aangepakt.’ Ook
Fernando Alonso komt voorbij. ‘Bij
McLaren, naast
Lewis Hamilton, was zijn reactie:
dit team doet mij tekort, ik
ga weg.’ Windsor benadrukt dat dit geen aanval is op Alonso’s talent. ‘Hij is
een geweldige Grand Prix-coureur, maar hij heeft die problemen op dat moment
niet opgelost.’
Tegen die achtergrond kijkt Windsor naar de opmerkingen van Albon. ‘Alex is een vrij realistisch type’, stelt hij. ‘Ik weet hoe
zelfkritisch hij tegenwoordig is.’ Windsor beschrijft Albons rijstijl als
gecontroleerd en geduldig. ‘Hij heeft hele soepele inputs, rijdt lange bochten
vooral op de achterkant van de auto en wacht tot de auto volledig geladen is
voordat hij iets extra’s probeert te doen.’ Volgens Windsor past die benadering
bij Albons constatering dat de auto is wat hij is.
Bij
Sergio Pérez ziet Windsor een duidelijk andere
filosofie. ‘Checo kan eigenlijk helemaal niet met onderstuur rijden’, zegt hij.
‘Zijn stijl is om de auto zo wijd mogelijk de bocht in te sturen en daarna zijn
grote talent te gebruiken om het vermogen mooi en gelijkmatig op de achteras
los te laten.’ Dat verklaart volgens Windsor waarom Pérez zo sterk is in
verdedigen. ‘Hij maakt nauwelijks fouten bij het uitkomen van bochten en is
daar echt heel goed in.’
De tekst gaat verder onder de afbeelding.
Pérez keert aankomend jaar weer terug op de grid bij het nieuwe Cadillac.
De beperking zit volgens Windsor in het begin van de bocht. ‘In
het eerste deel van de bocht is hij nooit echt sterk geweest’, legt hij uit. ‘En
dat is cruciaal in moderne Formule 1-auto’s.’ Windsor ziet daarin ook de reden
waarom Pérez het gevoel heeft dat de auto niet voor hem werkt. ‘Hij wil dat de
voorkant meteen werkt en daarna doet hij wat hij altijd doet met het vermogen,
een beetje zoals Vettel dat deed.’
Makkelijk voor Max
Daarmee komt Windsor vanzelf uit bij de rijstijl van Verstappen. ‘Als Max onderstuur heeft, kan hij alsnog de rotatie krijgen die
hij wil’, zegt Windsor. ‘Door een ongelooflijke combinatie van gas, rem en
stuur.’ Waar andere coureurs wachten tot de auto doet wat zij nodig hebben, kan
Verstappen volgens Windsor het gedrag van de auto actief naar zijn hand zetten.
Volgens Windsor verklaart dat ook waarom dezelfde Red Bull
door verschillende coureurs zo anders wordt ervaren. ‘Max hoeft niet te wachten
tot de voorkant werkt’, zegt hij. ‘Hij maakt het zelf werkend.’ Dat verschil in
aanpak maakt dat uitspraken over een ‘auto die voor één coureur is gebouwd’
vaak te simpel zijn, zeker wanneer de rijstijlen zo ver uit elkaar liggen.