We staan op de
vooravond van een nieuw seizoen, met compleet nieuwe reglementen, waarin het
volledige ontwerp van zowel auto als krachtbron ingrijpend is aangepast. Er
zijn nogal wat onduidelijkheden over een aantal van de wijzigingen als je
verschillende bronnen raadpleegt. In een poging wat licht in de duisternis te
brengen, hebben we daarom de officiële bronnen geraadpleegd, en onze bevindingen
op een rijtje gezet.
Een tijdje terug
heeft
FIA-president Mohammed ben Sulayem in een
FIA-podcast al een
introductie gegeven van de veranderingen. Hij gaf onder meer aan dat zij waren
gegaan voor ‘het wendbare autoconcept: lichter, behendiger en directer
reagerend op input van de coureur’. In de praktijk zou dit moeten betekenen dat
er ‘innovaties aan zowel chassis als krachtbron’ zijn, ‘om dichter bij elkaar
liggende, competitievere en duurzamere races te leveren, met voor fans en
coureurs spannender racen’.
Ook kaart hij aan
dat de krachtbron een ‘gelijke verdeling tussen elektrische aandrijving en
verbrandingsmotor’ zal bewerkstelligen, die laatste gevoed door een ‘geavanceerde
duurzame brandstof, met relevantie buiten het racecircuit’. Tenslotte vermeldde
hij nog een aandachtspunt, namelijk ‘veiligheid als absolute prioriteit door een
sterkere structuur en strengere chassis-tests’.
De tekst gaat verder onder de tabel.
Tabel 1. Ontwerpveranderingen van de F1-bolide van 2025 naar 2026.
‘Geavanceerde duurzame brandstof’
Gezien de kosten
van een liter van de nieuwe
F1-brandstof geraamd wordt op ergens tussen de $
170 en $ 300, blijft de vraag wel hangen hoe relevant deze brandstof in
werkelijkheid ook is buiten de racerij, zeker op dit moment. Op zich een goed
idee, maar niet echt betaalbaar voor de gewone mens. Het wendbare autoconcept
moet vooral blijken uit een aantal ontwerpveranderingen, zoals het verminderen
van het gewicht van de auto, en het smaller en korter maken ervan, zie tabel 2.
Terwijl de Formule
1 hiermee dichter bij haar
net-zero-doel komt, markeert 2026 een
belangrijke mijlpaal hiervoor, met name voor bovengenoemde brandstof. De nieuwe
motoren zijn niet alleen efficiënter, maar rijden voor het eerst volledig op deze
‘geavanceerde duurzame’ brandstof. Deze brandstof is volgens de FIA afkomstig
uit innovatieve bronnen zoals CO₂-afvang, huishoudelijk afval en niet-eetbare
biomassa, en wordt volgens de FIA en de
FOM onafhankelijk gecertificeerd
volgens strenge duurzaamheidsnormen.
Veranderingen in ontwerpfilosofie
De tekst gaat verder onder de tabel.
Tabel 2. Veranderingen van maten en gewichten van de F1-bolide van 2025 naar 2026.
Nikolas Tombazis, Director of Single Seaters van de FIA, ging vervolgens nader in op enkele wijzigingen. Hij noemde ook de duurzame brandstof, geproduceerd zonder gebruikmaking van fossiele brandstoffen, en de fiftyfifty vermogensverdeling tussen verbrandingsmotor en elektrisch deel van de aandrijving. Het is niet helemaal fiftyfifty, omdat het elektrische deel van de aandrijving nu eenmaal begrensd is op 350 kW, terwijl de auto in principe in staat moet zijn om een totaal vermogen van 750 kW te produceren.
De tekst gaat verder onder de afbeelding.
Nikolas Tombazis, Director Single Seaters, FIA.
In plaats van aerodynamica
die volledig vastligt bij de grondeffect-auto’s, behalve bij gebruik van DRS,
krijgen we nu actieve aerodynamica. Er is nu een beweegbare achtervleugel met
twee neerklapbare kleppen, die ook twee modi heeft, te weten een met lage luchtweerstand
en downforce, de zogenaamde X-modus of Straight Mode, waarbij de achtervleugel openstaat
op de rechte stukken, en een Z-modus of Corner Mode in de bochten. Bij het
nemen van bochten of bij het gebruik van de remmen gaat de modus altijd over
naar Corner Mode, met meer downforce.
Daarnaast is er een
beweegbare voorvleugel, die synchroon beweegt met de achtervleugel. De voorste flap
daarvan zit vast, maar de twee flappen erachter kunnen naar beneden klappen,
wat een aanzienlijk lagere luchtweerstand met zich meebrengt. Ook is er heel
specifiek wat gedaan met het oog op vuile lucht, zodat dichter volgen mogelijk
met veel minder prestatieverlies dan onder de vorige reglementen mogelijk zou
moeten zijn. Dat was eigenlijk ook het geval met de grondeffectauto’s bij
aanvang van die reglementen, maar werd in de loop van de tijd steeds slechter.
Het is daarom afwachten wat er daarom de komende jaren zal gebeuren.
De tekst gaat verder onder de afbeelding.
De Williams-bolide voor 2026, voor en achtervleugel duidelijk zichtbaar.
Tombazis geeft ook aan dat het hier gaat om een lichtere,
wendbaardere auto, hij is ‘iets kleiner in afmetingen, de wielbasis is 200 mm
korter (verkort van 3600 mm naar 3400 mm, red.), en de breedte is 100 mm
smaller (versmald van 2000 mm naar 1900 mm, red.).’ Het gewicht is verlaagd
naar 768 kg, wat 30 kg lichter is dan voorheen.
Qua veiligheid is
de rolbeugelconstructie aanzienlijk sterker. Deze was al verstevigd na het
incident met Zhou in 2022, maar is nu verder aangepakt en verder geüpgraded. De
zijdelingse impactbescherming van het chassis zelf is eveneens robuuster
gemaakt, en de neus is nu ontworpen om kleine incidenten te weerstaan zonder
los te komen, zoals vroeger altijd gebeurde. In het algemeen zijn er nu sterkere
structuren en strengere reglementen voor botsveiligheid. Extra lampen aan de
zijkant van de auto, als onderdeel van de spiegels, zijn nu eveneens opgenomen
in het ontwerp, voor betere zichtbaarheid bij slechte omstandigheden.
Aerodynamische wijzigingen
Zoals ook te zien
is in tabel 1, zijn voor- en achtervleugels aanzienlijk vereenvoudigd, en
hebben minder elementen. De achtervleugel heeft in 2026 geen onderste beam
meer. De flappen van de voorvleugel zijn
smaller, maar de buitenste zones, bij de banden, bieden juist ruimte voor
nieuwe aerodynamische ontwikkelingen voor X-mode of Straight Mode.
De tekst gaat verder onder de afbeelding.
De Aston Martin voor 2026.
De actieve
aerodynamica, te weten de achtervleugel die opent en het omlaag zakken van twee
flappen bij de voorvleugel achter het voorste element, zorgt voor aanzienlijk
minder luchtweerstand, maar ook minder neerwaartse druk. Dit vergroot ook de
remweg en zou inhalen daardoor makkelijker moeten maken. Dit systeem is
beschikbaar voor elke coureur, in elke ronde.
De 18-inch banden
blijven, maar worden smaller, wat de luchtweerstand verlaagt en gewicht
bespaart, waarbij de banden ook net iets kleiner worden in doorsnee. De kleine spatborden
boven de voorbanden verdwijnen ook. Deze werden gebruikt om de luchtstromen
rond de banden te sturen, maar dat wordt nu overgenomen door de carrosserie en
de wielen zelf. Dat houdt de auto’s schoner qua look, maar belangrijker, lichter.
Achter de wielen
bevinden zich barge boards, en de vloer en carrosserie zijn
vereenvoudigd en verkleind om gezamenlijk outwash tegen te gaan. De
turbulentie achter de wielen wordt gericht gestuurd in plaats dat deze over de
aerodynamische oppervlakken loopt. De lijnen zijn strakker, en er is met deze
wijzigingen veel minder vuile lucht.
Onder de auto is
het verhaal anders. De lange grondeffecttunnels verdwijnen en worden vervangen
door een vlakkere vloer en verlengde diffusers. Dit resulteert wel in
minder downforce maar ook een grotere rijhoogte, wat een grotere variatie aan
afstellingen en rijstijlen mogelijk moet maken.
De tekst gaat verder onder de afbeelding.
De RB22 met nieuwe aero-elementen in de handen van Max Versappen, testdagen Barcelona.
Onzichtbare
aanpassingen
Veel veranderingen
zijn echter niet van buitenaf zichtbaar. Coureurs krijgen een grotere rol in de
nieuwe auto’s, met tal van bedieningselementen letterlijk binnen handbereik om
rondetijd te winnen of zich te verdedigen. Denk aan zaken zoals een Boost-knop,
Overtake Mode en Recharge Controls, wat nu essentiële hulpmiddelen worden voor het
racen en voor het behalen van topprestaties.
Boost levert
maximale kracht van zowel de verbrandingsmotor als het elektrische systeem met
één druk op de knop. Deze kan overal worden ingezet voor aanval of verdediging,
zolang er voldoende energie in de batterij zit. Daarnaast is er een Overtake
Mode, die extra snelheid geeft wanneer een coureur binnen één seconde van een
voorganger rijdt. Dit is in feite een vorm van DRS, met één detectiepunt, maar
met de mogelijkheid om deze modus op meerdere plekken per ronde te gebruiken.
De tekst gaat verder onder de afbeelding.
De SF 26, test Barcelona. Zal Lewis Hamilton een click hebben met het nieuwe concept?
Deze opties worden
beheerd door de race-engineer in samenwerking met de coureur en werken
automatisch samen met het herladen van de batterij via remenergie en
motorenergie. Dit zal coureurs dwingen om beter tactisch na te denken over de
inzet van deze tools en races minder voorspelbaar maken. Dit betekent dat
racers met overcapaciteit, zoals
Max Verstappen, duidelijk het verschil kunnen
gaan maken.
Met minder
downforce en beter gecontroleerde turbulente luchtstromen wordt het makkelijker
om een andere auto door bochten te volgen, maar de auto’s worden daardoor ook
lastiger te besturen. Hetzelfde vermogen is beschikbaar als in 2025, maar er is
minder grip. De rijvaardigheid van de coureurs zal duidelijker zichtbaar zijn,
omdat ze niet alleen vaker op de limiet rijden, maar ook optimaal gebruik
moeten (leren) maken van de nieuwe mogelijkheden.
Nieuwe krachtbron (Power Unit)
De tekst gaat verder onder de tabel.
Tabel 3. De nieuwe krachtbron voor 2026, vergeleken met die van 2025.
De krachtbron
achter deze veranderingen is misschien wel de meest ingrijpende upgrade in de
2026-reglementen. De power unit is volledig herzien. In de basis blijft
het een 1,6-liter V6-turbohybride met 24 kleppen, maar de vermogensverdeling is
drastisch veranderd. De verbrandingsmotor levert 400 kW, het elektrische deel
350 kW. Dat is samen 750 kW, rond de 1000 pk, met een verdeling die ongeveer
fiftyfifty is.
In sommige, vooral
buitenlandse artikelen, is gesuggereerd dat de fiftyfifty-verdeling van
elektrisch en traditioneel deel van de aandrijving betekent dat als het
verbrandingsdeel krachtiger gemaakt kan worden, dat ook mag met het elektrische
deel, zolang de verdeling tussen beide delen van de krachtbron gelijk blijft.
Dat is echter niet zo. De technische reglementen van de FIA schrijven exact
voor wat het vermogen van het elektrische deel van de aandrijving is.
De tekst gaat verder onder de afbeelding.
Ook McLaren heeft de MCL-40, de auto voor 2026, eindelijk gepresenteerd.
Het elektrisch
vermogen mag maximaal 350 kW zijn, maar het vermogen voor de verbrandingsmotor
is nergens voorgeschreven. De verlaging in compressie naar 1:16 van 1:18 in
combinatie met een veel efficiënter energieverbruik plus het vaker en meer
moeten opladen van de Energy Store, doet vermoeden dat dit de werkelijke reden
is waarom de FIA verwacht dat de verbrandingsmotor ongeveer 350 à 400 kW, iets
meer dan die gelijke verdeling, zal leveren. Het lijkt daarbij ook, de
reglementen volgend, dat het ook best meer mag zijn als dat kan, zo lang de
motor maar gehomologeerd is door de FIA.
Om dit alles mogelijk
te maken kan de batterij per ronde met meer dan twee keer zoveel energie worden
opgeladen als voorheen, dankzij een nieuw recuperatiesysteem. Dit brengt een
reeks slimme oplaadmodi met zich mee, via remmen, gas loslaten aan het einde
van rechte stukken, of zelfs in bochten waar slechts gedeeltelijk vermogen
wordt gebruikt.
Eén component
verdwijnt: de MGU-H. Deze was te duur, te complex en niet relevant voor
wegauto’s. Door het schrappen ervan besparen teams gewicht en kosten, waardoor
de power unit eenvoudiger en gerichter wordt. Ondanks de grotere Energy
Store, met meer dan tweemaal zoveel batterijen als in 2025, en een krachtigere
elektrische aandrijving, is het totale gewicht van de power unit fors gedaald,
van 198 naar 185 kg, zoals Tabel 2 aangeeft. Dat is natuurlijk wel bijzonder.
Budgetlimieten
De tekst gaat verder onder de tabel.
Tabel 4. De budgetlimieten vergeleken.
Er staat nog een
grote verandering voor 2026 op stapel, en dat zijn de wijzigingen van de
budgetlimieten. Het is nog niet duidelijk of deze permanent zullen zijn, al is
gesuggereerd van niet, maar gewenning hieraan zou kunnen doen vermoeden dat dit
het nieuwe niveau is waar de teams voor zullen gaan vechten de komende jaren.
Natuurlijk is dit geïnspireerd door de grote reglementswijzigingen van dit
jaar, mede ook voor het ontwerpen van een compleet nieuwe krachtbron, maar
gezien de enorm gestegen kosten op alle gebieden lijkt dit zeker voor de teams
een meer realistisch bedrag voor deze tijden.
Maximale compressie
Er wordt overal
veel gespeculeerd over de maximale compressie van het brandstofmengsel in de
cilinders zoals die door de FIA in de nieuwe reglementen voorgeschreven is, en
de truc die
Mercedes, en mogelijk
Red Bull in mindere mate, heeft weten te
verwezenlijken in hun nieuwe motoren, namelijk een hogere compressie als de
motor op bedrijfstemperatuur draait.
De tekst gaat verder onder de afbeelding.
Mercedes W17, de wagen voor 2026 met mogelijke motortruc.
Handig om te weten
is dat de temperatuur bij ontbranding van het brandstofmengsel in een
F1-verbrandingsmotor kan oplopen tot 2600 graden Celsius, al zal de gemiddelde
temperatuur waarschijnlijk zo’n 800 graden Celsius zijn. Dat is duidelijk een
reden waarom koeling en smering zo belangrijk is. De vraag is natuurlijk of het
mogelijk is om een toevoeging te maken voor de cilinderkop die in verticale
richting uitzet, richting de zuigerkop, zonder te veel uit te zetten.
De tekst gaat verder onder de tabel.
Tabel 5. Overzicht berekende waarden voor discussie compressieverhoudingen
In Tabel 5 hebben
we wat berekende waarden onder en naast elkaar gezet om te zien wat dat betekent, en wat
een uitgangspunt geeft om hier verder over te filosoferen. Bij de
voorgeschreven grootte van de cilinders, is de verbrandingsruimte erg klein,
zoals in de tabel wel duidelijk is. Theoretisch gezien, uitgaande van platte zuigerkoppen
en platte cilinderkoppen, hebben we daarbij ongekend kleine hoogtes tussen
zuiger en cilinderkop. Het verschil tussen een compressieratio van 1:18 en
1:16 is slechts 0,386 mm, en het verschil qua inhoud slechts 1,85 cc.
Dat zijn hele kleine hoeveelheden, maar er is ook slechts heel weinig plaats, en enig
materiaal dat gebruikt wordt om bij verhitting de ontstekingsruimte kleiner te
maken, mag eigenlijk alleen maar in verticale richting uitzetten, en ook niet
verder dan dat berekende hoogteverschil, omdat er anders groot gevaar
is voor een probleem met die motor. Daarbij zit je ook nog met een koppakking,
die bij raceauto’s nog steeds een halve millimeter is, en die ook bij de totale
‘vrije’ hoogte gerekend moet worden, en die niet in aanraking mag komen met de
zuigerkop.
Dit betekent
eigenlijk dat er speciale dingen gedaan moeten zijn met de cilinderkoppen.
Gezien de plaatsing van bougies en de kleppen is daar echter maar heel weinig
ruimte voor. Het kan alleen maar deel zijn van de hele cilinderkop als
bijvoorbeeld de kleppen automatisch afgesteld worden, en dus meebewegen met het
gebruikte materiaal. Er zijn wel alternatieven te verzinnen, maar één ding is
duidelijk: het moet volledig een vast onderdeel zijn van de cilinderkop, en niet
in verbinding staan met delen buiten de cilinderkop.
De tekst gaat verder onder de afbeelding.
Het meten van compressie (copyright jepistons.com)
Dit laatste wordt
namelijk expliciet genoemd in de technische reglementen. Een oplossing zoals
sommige Italiaanse collega’s voorstelden, met een buisje dat door de
cilinderkop heengaat, zou daarmee nooit goedgekeurd zijn door de FIA. Al met al
moet dit wel een heel bijzondere oplossing zijn, als het ook echt werkt, en ook
door de FIA in koude toestand gehomologeerd is, omdat de standaardprocedure voor het meten van de compressie in een laboratorium gebeurt, met een speciale vloeistof.
Dit is een vrij ingewikkelde procedure, voor de kenners een tweevoudige titratie,
maar voor homologatie zou dit voldoende moeten zijn. Om dit warm te meten is
echter zeer moeilijk, en heel tijdrovend. Zoals gezegd, als Mercedes dit echt
voor elkaar heeft gekregen, petje af. Het verklaart ook waarom Red Bull nog
niet zo ver is als Mercedes, aangezien ze deze truc pas een paar maanden
geleden te horen hebben gekregen. Het blijft echter iets wat niet in overeenstemming is met de reglementen.
Verwachtingen voor de races
Op basis van de
veranderingen is de verwachting dat de auto’s snel zullen zijn, met name op de
rechte stukken, maar langzamer in de bochten. Met wat nu bekend is zullen de
auto’s daardoor aanvankelijk waarschijnlijk twee à drie seconden per ronde
langzamer zijn, omdat nu eenmaal veel tijd in langzame(re) bochten wordt
doorgebracht tijdens het racen, waar over het algemeen geen boost gebruikt kan worden, en waar de downforce lager is dan voorheen.
Omdat
aerodynamische efficiëntie met grote elektromotoren en terugwinning van energie
ook heel erg belangrijk zal zijn, zullen de F1-bolides zoals het er nu uitziet
ook veel gestroomlijnder worden, en er daarmee ook veel fraaier gaan uitzien. De
nieuwe technologie en de daarbij behorende aangescherpte regels zullen echter een
nog grotere test voor teams en coureurs vormen om de beste auto te bouwen en om
zich de besten ter wereld te mogen noemen.
Met de nieuwe
brandstof, het naar alle inzichten slimmer energiegebruik en de technologie die het
inhalen weer in handen van de coureur plaatst, wordt dit duidelijk een volledig
nieuwe aanpak voor zowel teams als coureurs. Coureurs, die in staat zijn om
optimaal gebruik te maken van de nieuwe tools, en die de capaciteit hebben om
hier ook tactische en strategische voordelen uit te halen, zullen de overhand
krijgen op hun mindere broeders in dit opzicht.
De tekst gaat verder onder de afbeelding.
Een vijfde wereldtitel voor Max Verstappen in 2026?
Dit betekent mijns
inziens dat de coureurs die het simracen al compleet onder de knie hebben, en zich
de techniek snel eigen kunnen maken en ook kunnen toepassen, een stap of twee
voor hebben over diegenen die nog in het verleden leven wat dat betreft. Het
ziet er dan ook naar uit dat de jongste lichting van coureurs, de rookies van
2025 en die van 2026, in combinatie met Verstappen en waarschijnlijk ook Charles
Leclerc, het waarschijnlijk het beste gaan doen. De races gaan weer spannend
worden, als de auto’s tenminste niet te veel voor elkaar onderdoen. Wereldtitel nummer vijf voor Verstappen?
Door Wim G. Vandebilt (wg)