In totaal ontwierp Adrian Newey maar liefst veertien
kampioenschapswinnende auto’s tijdens zijn Formule 1-carrière, waarvan zeven voor Red Bull Racing en drie voor Max Verstappen. De RB19 van afgelopen seizoen was wellicht zijn
meesterwerk. Of kan hij nóg beter doen met de RB20? Zijn huzarenstukjes bij de Oostenrijkse renstal worden door F1Maximaal op een rijtje gezet. Beginnen doen we… niet bij het begin van zijn carrière. Wel bij
Red Bull, waar Newey voor het 2006-seizoen werd aangesteld als
Chief Technical Officer. De Brit tekende een langdurig contract bij de pas opgerichte Oostenrijkse renstal, die het levenslicht zag toen Jaguar Grand Prix aan het eind van 2004 aan de energiedrankproducent verkocht werd. Zo’n anderhalf decennium later en Newey is nog steeds aan boord bij Red Bull, waar hij intussen al meermaals zijn waarde bewees.
Vettel-suprematie (2010-2013)
In 2007 kropen
Red Bull-coureurs David Coulthard en
Mark Webber voor de eerste keer achter het stuur van een door Newey ontworpen RB-auto, maar zijn succesverhaal in Milton Keynes begon pas echt met de
RB6, drie jaar later. Op het eerste gezicht was de wagen een kopie van de RB5, maar de bolide kreeg een breder achterwerk, dat plaats moest bieden aan de dubbele diffuser, die op zijn beurt meer
downforce genereerde. De RB6 won negen van de achttien Grands Prix dat seizoen
en
Sebastian Vettel werd voor de eerste keer wereldkampioen. Red Bull ging in 2010 eveneens met de constructeursbeker aan de haal.
De tekst gaat verder onder de afbeelding.
Sebastian Vettel wordt in zijn RB6 op de hielen gezeten door Fernando Alonso van Ferrari tijdens de GP van Bahrein.
De
RB7 was pas echt een schot in de roos.
Red Bull domineerde in 2011 en won het constructeurs- en rijderskampioenschap. De auto ging de geschiedenis in als een van de snelste bolides ooit in de Formule 1. Als u zich afvraagt hoe snel de RB7 precies was: de wagen stond bijna elke race op pole. Slechts één keertje lukte dat niet. Vettel werd voor de tweede keer op rij wereldkampioen, met maar liefst 122 punten voorsprong op eerste achtervolger Jenson Button. Red Bull bleef
on top, ondanks dat er reglementswijzigingen werden doorgevoerd waar Newey zijn handen vol aan had. Zo werd de dubbele
diffuser, een van de redenen voor het succes van de RB6, verboden, én werd het Drag Reduction System (DRS) geïntroduceerd.
De tekst gaat verder onder de afbeelding.
Vettel in de RB7, tijdens de wintertests in 2011.
Hoe groot de voorsprong op de concurrentie in 2011 was, zo
spannend was het seizoen dat daarop volgde.
Red Bull won slechts drie van de
eerste dertien races, maar een heus upgradepakket, dat geïntroduceerd werd in Singapore, veranderde de
koers van het kampioenschap volledig. Newey en co kwamen met een flexibelere
neus op de proppen en het DRS-mechanisme werd eveneens grondig herzien. De
verbeterde
RB8 domineerde de daaropvolgende races en in het voorlaatste weekend
van het seizoen viel de beslissing. De energiedrankproducent won voor het derde
jaar op rij beide kampioenschappen. De suprematie van Vettel duurde voort.
De tekst gaat verder onder de afbeelding.
Robin Frijns in actie in de RB8, tijdens zijn veelbesproken test na afloop van het 2012-seizoen.
Vier op een rij. Vettel kroonde zich ook in 2013 tot
wereldkampioen en liet teamgenoot
Mark Webber voor het vierde seizoen op rij
achter zich. De Duitser won de laatste negen Grands Prix van het kampioenschap
en scherpte het record van meeste zeges op rij aan – het record
dat Verstappen afgelopen seizoen in Zandvoort evenaarde en in Monza brak. De
RB9 was
zonder meer een dominante wagen, maar dat was enigszins een verrassing. Door de
spannende ontknoping van het 2012-seizoen stak
Red Bull tot het laatste moment haar middelen in de RB8, en zo werd de ontwikkeling van
de nieuwe bolide uitgesteld. Ook de reglementswijzigingen die na dat jaar werden doorgevoerd,
waaronder eentje die betrekking had tot de flexibiliteit van de voorvleugel,
konden Vettel en co niet van beide titels weerhouden.
De tekst gaat verder onder de afbeelding.
De befaamde foto van Sebastian Vettel, die na de GP van India op de knieën gaat voor zijn RB9.
De dominantie van Verstappen
Na het Vettel-tijdperk nam
Mercedes plots de hegemonie van
Red Bull over. De
Silver Arrows wonnen tussen 2014 en 2020 elk kampioenschap, maar hadden de nodige moeite om zich in '21 aan te passen aan enkele kleine reglementswijzigingen. Red Bull kon zo dichterbij komen en mocht na een zinderende seizoensfinale voor het eerst in lange tijd nog eens écht vieren, toen Verstappen zich, na een controversieel slot, tot wereldkampioen kroonde in Abu Dhabi. De
RB16B, aangedreven door een Honda-motor, was niet zonder twijfel de beste wagen op de grid. Dat was wellicht de Mercedes
W12 van
Lewis Hamilton en
Valtteri Bottas. Red Bull had er lang op moeten wachten, maar de wereldtitel van Verstappen leverde des te meer vreugde op.
De tekst gaat verder onder de afbeelding.
Max Verstappen gaat in zijn RB16B het gevecht aan met Lewis Hamilton op het circuit van Imola.
In 2022 werd een nieuwe generatie auto’s geïntroduceerd, de
zogenaamde
ground effect cars. Tijdens het seizoensbegin leek
Ferrari
weer helemaal terug, maar de
Scuderia raakte alsnog achterop. Hamilton was, in zijn tergend slechte W13, zelfs helemaal nergens te bespeuren, en dus lag de weg open voor
Red Bull en Verstappen, mede dankzij de expertise van Newey. De Brit, die ervaring had met het grondeffect, wist dat stabiliteit de sleutel tot succes was. Zo stuiterde – ook
wel
porpoising genaamd – de
RB18 nagenoeg niet. Bij de concurrentie
was dat een ander verhaal en dus gingen Verstappen en Red Bull met de rijders-
en constructeurstitel aan de haal.
De tekst gaat verder onder de afbeelding.
Verstappen viert in de RB18 zijn tweede wereldtitel met enkele 'donuts', na afloop van de slotrace in Abu Dhabi.
De Oostenrijkse renstal won zeventien van de 22 races in
2022. Wie had gedacht dat ze het jaar nadien nog beter konden doen? Zelfs
Verstappen en Newey konden er alleen maar van dromen, en toch gebeurde het. De
RB19
was nagenoeg feilloos en ging (statistisch gezien) de geschiedenis in als de
dominantste
F1-bolide ooit. Met Verstappen en
Sergio Pérez won de renstal zowaar
21 van de 22 races op de kalender, met Singapore als enige teleurstelling. De
RB19, waarmee Verstappen zijn derde wereldtitel pakte, en
Red Bull haar tweede
constructeurstitel op rij, was pijlsnel op de rechte stukken, maar produceerde
ook voldoende
downforce om op stratencircuits uit de voeten te kunnen. Deze auto
geldt dan ook als hét huzarenstukje van Newey.
De tekst gaat verder onder de afbeelding.
De RB19 kreeg een speciale livery voor de Grand Prix van Las Vegas.
Newey bij Williams en McLaren
Met twaalf constructeurskampioenschappen heeft Newey meer titels op zijn naam staan dan welke andere ontwerper ook in de geschiedenis van de Formule 1. Maar daar blijft het niet bij. De inmiddels 65-jarige Brit is eveneens de enige in zijn vak die kampioenschappen won met drie verschillende teams. Newey hielp tijdens zijn periode bij
Williams en
McLaren tevens vijf verschillende coureurs hun droom om wereldkampioen te worden te verwezenlijken.
Net zoals zijn meest recente (de
RB19, red.) een legendarische auto is, was Newey's eerste kampioenschapswinnende auto dat ook. Nigel Mansell won zijn enige wereldtitel in 1992 in de
FW14B, die tien van de zestien Grands Prix won voor
Williams. Een jaar later deed
Alain Prost in de
FW15C dat kunstje nog eens over met evenveel zeges, maar de Fransman was wel al toe aan zijn vierde wereldkampioenschap.
1994 werd echter een jaar in mineur voor
Williams, en niet enkel op sportief vlak. Achter het stuur van de
FW16 verongelukte
Ayrton Senna op het circuit van Imola, wat Newey zich tot op de dag van vandaag nog steeds kwalijk neemt. Het team won wel het constructeurskampioenschap, maar zag
Damon Hill tweede eindigen in het rijdersklassement met één punt achterstand op
Michael Schumacher.
Twee jaar later was het wel prijs voor Hill, die in de
FW18 wereldkampioen werd en met
Williams ook de constructeurstitel in de zak kon steken. De
FW19 was vervolgens de laatste Williams-auto waar Newey aan meewerkte. Jacques Villeneuve werd kampioen in 1997 en de Britse renstal nam afscheid van Newey met een laatste constructeurskampioenschap.
Na zijn overstap naar
McLaren in '97 had Newey meteen een vliegende start. De
MP4/13 won beide kampioenschappen en diende, net zoals de
RB19 dat vorig seizoen ook was, als voorbeeld en inspiratiebron voor de concurrentie.
Mika Häkkinen kroonde zich voor de eerste keer tot wereldkampioen in de auto
van Newey van 1998. McLaren ging het seizoen nadien met hetzelfde enthousiasme verder. De
MP4/14 was de snelste auto op de grid - Häkkinen stond elf van de zestien keer op pole - maar had ook zijn gebreken. De auto viel in totaal twaalf keer uit met mechanische problemen, waardoor McLaren de constructeurstitel aan
Ferrari moest laten. De
Flying Fin pakte wel voor de tweede keer op rij de wereldtitel bij de coureurs.