Stefano Domenicali heeft zich in gesprek met Autosport uitgesproken
over de eerste effecten van het nieuwe reglement voor 2026. De Formule 1-CEO
ziet genoeg redenen om positief te blijven, ondanks de kritiekpunten die na de
eerste drie races al snel naar boven kwamen. Volgens de Italiaan staat de sport
er sterker voor dan ooit en juist daardoor kan de huidige discussie over de
technische koers van de koningsklasse zonder paniek worden gevoerd. Binnen de
paddock leeft inmiddels volop debat over de balans tussen spektakel, techniek
en uitvoerbaarheid. Domenicali benadrukt dat de context van deze
reglementswijziging niet vergeten mag worden. De basis voor de nieuwe generatie
auto’s en krachtbronnen werd jaren geleden gelegd, in een periode waarin
fabrikanten massaal dachten dat de toekomst vooral in verdere elektrificatie
lag. Inmiddels is de autowereld volgens hem alweer deels opgeschoven richting
hybride motoren en verbrandingsmotoren op duurzame brandstoffen. Daarmee is het
speelveld veranderd, maar dat betekent volgens Domenicali niet dat de sport de gemaakte
keuzes zomaar moet afschrijven.
Niet alleen de schuld van de FIA
Volgens Domenicali maakt de enorme groei van de Formule 1
juist duidelijk hoe sterk de sport er momenteel voorstaat. “De status van het
kampioenschap, de status van de Formule 1, het verlangen om groot te denken, is
fantastisch. We hebben nog nooit in zo’n ongelooflijke positie gezeten”, zegt
hij. Daarmee wil hij duidelijk maken dat de discussie over het reglement heel
anders zou worden gevoerd als de sport er minder goed voor had gestaan. Nu
overheerst volgens hem vertrouwen, en dat merkt hij ook in de manier waarop
alle betrokken partijen met het dossier omgaan.
De tekst gaat verder onder de afbeelding.
Domenicali beseft zelf ook dat de Formule 1 nog niet is waar ze wil zijn.
“Als we vandaag niet in deze positie hadden gezeten, dan zou
de situatie waar we nu mee te maken hebben totaal anders zijn bekeken, met
grote vraagtekens en grote twijfels”, vervolgt Domenicali. Die twijfels zijn er
volgens hem nu juist veel minder, omdat de Formule 1 kan bouwen op een stabiele
basis. Tegelijk erkent hij dat de sport wel degelijk met politieke
gevoeligheden te maken heeft. Volgens de Italiaan is het vooral zaak om kalm te
blijven en voorbereid te zijn op meerdere scenario’s, afhankelijk van hoe de
wereld en de auto-industrie zich verder ontwikkelen.
Daarbij wijst Domenicali ook nadrukkelijk op de bestuurlijke
kant van het verhaal. Binnen de Formule 1 worden grote beslissingen immers niet
door één partij genomen, maar door een samenspel van de
FIA, de commerciële
leiding en de teams. “We moeten ons realiseren dat het bestuur van onze sport
niet bij één partij ligt. Het is de FIA, wijzelf, de teams enzovoort”, legt hij
uit. Juist daarom vindt hij het belangrijk om te benadrukken waarom deze
ingrijpende wijziging jaren geleden gezamenlijk in gang werd gezet.
De aanleiding lag volgens hem vooral bij de wensen van
fabrikanten, die destijds sterk aanstuurden op een fiftyfifty-verdeling tussen
verbrandingskracht en elektrische aandrijving. “Vijf jaar geleden, en het lijkt
inmiddels vijftig jaar geleden, dachten fabrikanten dat de enige manier om
vooruitgang te boeken in de autosport was om op 50-50 of elektrisch uit te
komen”, zegt Domenicali. Dat was volgens hem het echte startpunt van de huidige
regels. De stap richting 2026 is daardoor zo groot geworden, juist omdat het
hier niet om een kleine aanpassing ging, maar om een fundamentele
koerswijziging.
In ontwikkeling
Toch ziet Domenicali ook al duidelijke positieve effecten
van het nieuwe pakket op de races zelf. “Ik zie een ongelooflijk positief
resultaat vanuit de grotere fanbase als het gaat om het effect op het racen”,
zegt hij. Daarmee geeft hij aan dat de bredere achterban enthousiast reageert
op wat er tot nu toe op de baan te zien is. Tegelijkertijd neemt hij de kritiek
wel serieus, vooral op onderdelen waar de pure essentie van de sport volgens
kenners en liefhebbers geraakt wordt. Met name de kwalificatie ligt momenteel
onder een vergrootglas.
De tekst gaat verder onder de afbeelding.
Domenicali hoort positieve geluiden van de fans.
Juist op dat punt toont Domenicali begrip voor de meer
traditionele fan. “Als puristen zouden wij zeggen dat de kwalificatie altijd de
plek is geweest waar de coureur zo hard mogelijk moet pushen, om te zien waar
echt de fysieke limiet van de auto en de rijder ligt”, legt hij uit. Volgens de
Formule 1-CEO wordt er daarom de afgelopen weken intensief samengewerkt met
coureurs, teams en de FIA om te bekijken welke aanpassingen nodig zijn, zonder
de kern van het project meteen los te laten.