Met de komst van
Emely de Heus naar de W Series is de Nederlandse vertegenwoordiging in de
raceklasse verdubbeld. Beitske Visser doet al drie jaar mee, en kan nu rekenen
op steun van de negentienjarige uit Mijnsheerenland. F1Maximaal.nl liep De Heus tegen het lijf op de W Series-paddock in
Barcelona en voelde haar aan de tand over hoe de nieuwe klasse haar bevalt, de
eerste gescoorde W Series-punt, die ze binnensleepte tijdens haar debuut, en
over een eventuele deelname met vader en GT-coureur Bert de Heus aan de 24 uur
van Dubai. Hoe ging het?
‘Matig, ik had het niet echt naar mijn zin. Ik was in ieder
geval niet tevreden (De Heus eindigde de Spaanse Grand Prix als veertiende,
red.). In de eerste paar ronden was ik een beetje aan het bakkeleien met Abbie
Eaton. Iets later had ik Bianca Bustamante ingehaald, en toen reed ik een
beetje in niemandsland. Ik reed wel naar de groep voor mij toe, maar pushte te
hard en verpestte daarmee mijn banden een beetje.’
Leuk circuit,
Barcelona?
‘Ja, dat wel. Ik ken het circuit ook nog wel van vorig jaar
(Emely reed in 2021 in het Spaanse Formule 4-kampioenschap, dat Circuit de
Barcelona-Catalunya aandeed, red.). De vrije trainingen gingen in principe niet slecht, in de kwalificatie werd ik echter een keertje opgehouden. Ik
had gedacht dan ik mijn snelheid in de race wel zou kunnen laten zien, maar dat
lukte helaas niet. Mijn start ging ook niet goed. Daardoor miste ik een beetje
aansluiting bij de groep en was ik alleen maar aan het stoeien. Die aansluiting
wil je natuurlijk hebben om vooruit te komen, daar leer je ook het meest van.’
Over leren gesproken,
je zit in je eerste seizoenen scoorde punten bij je debuut in Miami..
‘Dat was wel een moeilijk circuit. De lay-out was echt top,
maar de grip veranderde steeds. Dat maakte het best lastig. Die chicane (onder
de brug) was vooral heel langzaam. Leuk dat-ie erin zat, maar voor mij hoefde
het niet. Daarna kwam namelijk ook al een bocht, waardoor je dus erg langzaam
het rechte stuk opkwam. Aan de andere kant is het ook wel weer leuk om hem erin
te hebben, want je kan daar ook weer tijd winnen ten opzichte van de rest. Fijn
dat ik die eerste wedstrijden heb verreden en heb uitgereden, maar ik ben nog
niet tevreden met het resultaat.’
Het is wel pas je
eerder jaar..
‘Dat is waar, ik moet vooral wennen aan de auto. Mijn
seizoen in de Formule 4 was ook niet echt een makkelijke, maar als ik het puur
over de auto heb, vond ik de Formule 4-bolide wel makkelijker te besturen. Deze
auto staat iets hoger, dus je hebt minder downforce. Vooral in bocht 3 in
Barcelona mis je daardoor grip. Je kan er niet vol gas doorheen. Ik heb dus
minder downforce dan ik gewend ben, en daar moet ik mee leren om te gaan. Ik
denk dat wennen aan de auto de grootste uitdaging is. Elke keer wil ik wat nieuws
proberen, maar het wil nog niet lukken. De auto glijdt heel snel en ik moet dus
gewoon de limieten opzoeken. In de Formule 4 lag vorig jaar het niveau wel erg
hoog, en hier ook. Aan het begin van het jaar zat men daar ook niet zo heel
dicht bij elkaar, maar in de laatste race zat iedereen binnen een seconde van
de top. Dat zal dit jaar in de W Series ook wel gebeuren.’
Een vrolijke Emely in de W Series-paddock. De sfeer is goed en onderling wordt er nog wel eens informatie gedeeld tussen de coureurs.
Kan je dan ook stappen
in het kampioenschap zetten?
‘Ik denk het wel. Als de grid wat dichter op elkaar komt te
zitten, denk ik dat het racen makkelijker gaat worden. Ik blink in de races ook
wat meer uit dan in de kwalificatie, maar daarvoor moet je uiteraard wel die
aansluiting hebben.’
Is Beitske een beetje
een mentor voor je?
‘Het is niet dat ze mijn lerares is, haha. We praten wel veel.
Het is niet zo dat ze mij alles kan aanleren, want we racen natuurlijk ook
gewoon tegen elkaar. We kunnen het wel goed met elkaar vinden.’
En als we het
bijvoorbeeld hebben over afstellingen?
‘In principe kan je dat wel aan iedereen vragen binnen de W
Series-paddock. Iedereen gaat namelijk wel met elkaar om. Niet alle coureurs spreken de waarheid, natuurlijk, maar ik probeer er via-via wel achter te komen wat de
juiste afstelling is. Ik had er in Spanje veel moeite mee om de juiste
afstelling te bepalen. Het circuit veranderde steeds qua grip. We deden dus
hele kleine aanpassingen, maar elke keer voelde ik wat anders. We wisten dan
ook niet of dat aan de baan lag of aan de auto. Ik moet de auto iets beter
leren kennen om echt te kunnen voelen wat hij doet.’
Hoe zie jij de rest
van het jaar voor je?
‘Ik hoop natuurlijk zo veel mogelijk punten te pakken – de
komende races wil ik sowieso in de top tien eindigen voor de punten.’
En een podium?
‘Misschien in de laatste paar races.. Ik denk dat het
mogelijk is, maar het moet wel allemaal meezitten. Ik dacht eigenlijk dat het op dit circuit wel goed zou gaan, maar dat viel vies tegen. De rest van de
circuits ken ik niet zo goed, daar heb ik nog nooit gereden. Paul Ricard heb ik
ook eens getest, dus ik hoop dat het daar goedkomt.’
‘Eigenlijk kijk ik naar alle andere circuits ook wel uit –
Silverstone lijkt me erg tof. Ik heb er nog nooit gereden, alleen één keer op
de simulator.’
Hoeveel simulatorwerk
doe je voorafgaand aan een weekend?
‘Ik heb nu echt bijna niets gedaan. Ik heb thuis een
simulator, maar dat is echt een hobbyding. Die rem klopt bijvoorbeeld voor geen
meter. Maar ja, soms is het wel handig om de lay-out een beetje te oefenen. Ik
heb in ieder geval voor de volgende race wel drie dagen klaarstaan voor de sim
waarin ik ook wel een professionelere ga gebruiken. We proberen de simulator op
dezelfde afstelling te zetten als deze auto. Hij is natuurlijk anders dan een
auto van de Formule 3 of Formule Renault. Daar proberen we mee te trainen. Het
is natuurlijk anders dan in het echt, maar daar leer je wel mee omgaan.’
Je hebt veel ervaring
op het circuit in Barcelona, wat maakte het dan zo lastig om te bepalen wat er misging?
‘Vooral dat ik moet wennen aan de auto’s. Omdat de auto vrij
hoog staat, slijten de banden ook meer. Vooral in die lange bochten, zoals
bocht 3 en 4, leun je heel erg op die banden.’
Wat vind je van de
betrokkenheid van Caitlyn Jenner bij de W Series?
‘Goed. De sport geniet er meer bekendheid door, en ik denk
dat het ook een goede sponsor is. Voor de rest ken ik de Jenners niet zo goed.
Ik heb in Miami heel kort met haar gepraat, ze heeft wel een poosje met mijn vader staan praten. Ze
heeft er nog best veel verstand van, meer dan ik dacht. Zij heeft zelf namelijk
ook geracet. Ik had dat niet verwacht, eigenlijk. Ik wist wel dat ze vroeger gereden
had, maar ze wist er wel echt veel van.’
Caitlyn Jenner zag Jenner Racing-coureur Jamie Chadwick winnen tijdens het Grand Prix-weekend in Miami.
Het racen is er met
de paplepel ingegoten, hoe vindt je vader het dat je in zijn voetsporen treedt?
‘Ik leer veel van hem, maar hij is wel GT-auto’s gewend.
Soms ontstaan er wel eens discussies waarin ik dan zeg: ja, daar ben ik het
niet mee eens, terwijl hij dan juist vindt dat ik het wel moet proberen. Zo’n
GT-auto voelt natuurlijk ook totaal anders aan dan een Formuleauto. Ik heb wel veel
aan hem gehad, ook in mijn kartcarrière.’
‘Hij komt soms wel echt met gekke ideeën, en dan helpen die
nog echt ook. Soms wil je juist niet luisteren naar je vader omdat het je vader
is. Dat had ik vooral in mijn laatste jaar met karten. Het was namelijk toch
een ander niveau dan dat hij reed, karten deed hij meer voor de lol. Ik kan daarnaast
soms best koppig zijn.’
Wil je volgend jaar
door in de W Series?
‘Ik hoop er volgend jaar nog bij te zitten, en dan kijken we
wat er verder gebeurt. Ik denk dat het er vanaf hangt wat je bereikt, en het ligt er aan of ze je uitnodigen voor de pre-season tests. Daar beslissen ze wie de rijders worden. Dit jaar
werden eerst nieuwe rijders getest in Arizona. Daarvan gingen er vier door, en ik
dus ook. Daarna kwam Barcelona en daar namen er ook oude rijders deel. De top
acht van vorig seizoen kreeg sowieso al een stoeltje. Daarachter was het kijken
wie er reserverijder werd, wie er een stoeltje kreeg en wie het niet haalde.’
Vind je dat de W
Series je een mooie kans biedt?
‘Ja. Misschien niet alleen in de Formuleauto’s maar ook in
de GT’s, of zo. Ik weet nog niet hoe het loopt. Je genereert meer bekendheid en
meer teams zien je. Niet alleen in de Formuleauto’s, maar overal in de
racesport.’
Heb je nog ambities?
‘Dit jaar moet ik veel leren. Als ik volgend jaar nog
meerijd, wil ik wel voor de echte resultaten gaan. Dat wil ik nu wel, maar ik
weet dat ik nog veel moet leren. Ik probeer er volgend jaar dan bij te zitten.’
En verder?
‘Vroeger droomde ik natuurlijk van de Formule 1, maar ja,
daar droomt iedereen van. Het lijkt me ook wel leuk om met mijn vader een keer
een 24uursrace te doen. Dat willen we nog steeds een keer realiseren, maar komt er steeds niets van. Hij is nu 51 en heeft er dit jaar nog een gedaan, dus we
hebben nog genoeg tijd!’
Door: Christian Moerman