Ho-Pin Tung ziet de recente ingreep van de FIA als een
logische reactie op de kritiek rond het energiebeheer in de Formule 1. Vanaf de
Grand Prix van Miami, die komend weekend op het programma staat, worden de
regels rond het terugwinnen en inzetten van elektrische energie aangepast.
Daarmee wil de FIA vooral voorkomen dat coureurs in de kwalificatie te veel
moeten managen, terwijl ook de grote snelheidsverschillen in de race moeten
worden beperkt. De belangrijkste wijziging voor de kwalificatie is dat de
maximale hoeveelheid terug te winnen energie per ronde wordt verlaagd van acht
naar zeven megajoule. Daarnaast gaat het piekvermogen bij superclipping omhoog
van 250 naar 350 kilowatt, zodat het terugwinnen van energie korter hoeft te
duren. Voor Tung past die ingreep bij de kern van het probleem: teams willen
hun elektrische vermogen zo slim mogelijk inzetten, maar moeten de gebruikte
energie later ook weer ergens terughalen.
Ingewikkelde rekensom
Tung legt in
De Boordradio-Podcast uit waarom de inzet van elektrische energie vooral
aan het begin van een recht stuk zo aantrekkelijk is. “De acceleratie is
supersterk in het begin. Aan het begin van het stuk, waar de snelheid nog
relatief laag is, kun je procentueel een veel groter voordeel creëren.” Juist
daarom zullen teams altijd proberen om daar zoveel mogelijk voordeel te pakken.
“En daarom heeft het heel erg veel zin om dat wel te doen.”
De tekst gaat verder onder de afbeelding.
De FIA en Formule 1 hebben genoeg moeten uitleggen de laatste tijd.
Volgens Tung begint alles bij de hoeveelheid energie die een
coureur per ronde mag inzetten. “Per ronde mag je nu zeven megajoule aan
energie gebruiken. Laten we zeggen dat je gemiddeld met remmen en dergelijke
250 kilowatt gebruikt. Dan betekent dat dat je over de hele ronde 28 seconden
energie moet terugwinnen.” Die energie kan op verschillende manieren worden
teruggewonnen, maar niet elk circuit maakt dat even eenvoudig. “Dat moet je
ergens doen: door remmen of door superclipping.”
Belangrijk is daarbij dat een coureur niet met een lege
batterij aan een ronde begint. Een deel van de energie zit al in het systeem,
waardoor het vooral gaat om het resterende deel dat tijdens de ronde weer moet
worden aangevuld. “Je begint de ronde natuurlijk met een zo vol mogelijke
batterij”, vervolgt Tung. “Dan moet je minimaal twaalf seconden, misschien iets
meer, laten we zeggen veertien seconden, spenderen aan remmen of superclipping
om het terug te winnen.”
Daar zit volgens Tung het grote verschil tussen circuits. Op
een baan met veel harde remzones kan een coureur de batterij relatief makkelijk
bijladen zonder dat het rijgedrag onnatuurlijk wordt. Op circuits waar minder
wordt geremd, moet de auto sneller op andere momenten energie terugwinnen. “Ga
maar kijken per circuit. Waar je meer remt, zul je zien dat je minder hoeft te
superclippen. In China was het ook minder dan in Suzuka. In China rem je gewoon
meer.”
Stap in de juiste richting
De oplossing ligt volgens Tung in het kleiner maken van het
verschil tussen de energie die aan het begin van de ronde beschikbaar is en wat
er onderweg nog moet worden teruggewonnen. Daardoor hoeft een coureur minder
vaak op hoge snelheid vermogen in te leveren. “Dat is wat ik bedoel als ik zeg
dat je de bruikbare energie van de batterij moet verlagen”, legt hij uit. “Nu
is dat verschil tussen een volle batterij aan het begin van de ronde en wat je
kunt bijladen ongeveer twaalf seconden.”
De tekst gaat verder onder de afbeelding.
De Formule 1 hoopt nu meer aan de wensen van de coureurs te voldoen.
Met de nieuwe aanpak wordt die opdracht volgens Tung een
stuk realistischer. “Dat maak je dan kleiner. Dan maak je er bijvoorbeeld acht
of misschien zelfs zes seconden van. Dat is veel makkelijker te bewerkstelligen
tijdens het rijden en onder het remmen.” Daarmee sluit zijn redenering aan bij
de richting die de FIA vanaf Miami kiest, namelijk minder lang superclippen en
meer vrijheid voor de coureur tijdens een snelle ronde.
Vooral in de kwalificatie moet dat verschil merkbaar worden.
Daar willen coureurs niet bezig zijn met energiemanagement, maar met het
maximaal benutten van de auto. Tung ziet de winst dan ook vooral in het gevoel
achter het stuur. “Daarmee ga je superclipping voorkomen. En daarmee krijg je
automatisch dat je op alle punten kunt pushen, ook bij het ingaan van bochten.”
Helemaal gratis is die oplossing niet, maar volgens Tung is het compromis
duidelijk. “Alleen zul je wat langzamer aankomen.”