Pirelli staat bij de Grand Prix van Barcelona-Catalonië stil bij een mijlpaal die weinig bandenleveranciers ooit zullen halen. De viering van de 500e race in de Formule 1 opende de deur voor vragen die de Formule 1 nog altijd niet heeft beantwoord. Pirelli bracht dit weekend in Barcelona een bijzonder panel bijeen om een boek te lanceren ter ere van zijn 500 Grands Prix in de Formule 1. Het Italiaanse bedrijf is sinds 2011 de exclusieve bandenleverancier van de sport en maakt, met tussenpozen, al sinds het eerste seizoen in 1950 deel uit van het kampioenschap. Het boek,
A Stir of the Soul, is samengesteld door de Pirelli Foundation en uitgegeven door Marsilio Arte. De toon van het boek is geen toeval. De sessie van het panel van Pirelli draaide om emotie, maar de interessantste momenten kwamen toen het gesprek richting het heden verschoof.
Een mijlpaal, en een deal die geruisloos werd verlengd
De cijfers waren het eenvoudige deel. Vijfhonderd races, meer dan zeven decennia betrokkenheid en een partnerschap dat nu één seizoen langer doorloopt dan gepland. De FIA
bevestigde enkele dagen eerder dat de optie voor één extra jaar in het huidige contract met Pirelli is gelicht. Daardoor loopt de deal tot en met eind 2028 en komt de onafgebroken samenwerking uit op achttien jaar.
Marco Tronchetti Provera, uitvoerend vicepresident van Pirelli en voorzitter van de Pirelli Foundation, was opvallend direct over wat de verlenging betekent. "Als ze ons vragen te blijven, dan blijven we. Dat betekent dat we het goed doen", zei hij. Ook legde hij in één zin uit hoe Pirelli zijn eigen rol ziet. De teambazen en de
F1-leiding zijn belangrijk, maar volgens hem is de "echte klant" van de leverancier de coureur. Als de coureurs tevreden zijn, zo stelde hij, hebben de engineers hun werk goed gedaan.
De tekst gaat verder onder de afbeelding.
Grote namen zijn aanwezig bij de presentatie van 'A Stir of the Soul'
Het probleem waar Domenicali steeds op terugkomt
Het vooruitkijkende deel van de sessie kwam vooral van F1-president en CEO
Stefano Domenicali, die meer dan eens terugkwam op racen in de regen. Zijn punt ging verder dan de gebruikelijke algemene opmerkingen. Het probleem met rijden in natte omstandigheden, zei hij, is "niet gerelateerd aan het gripniveau, het was gerelateerd aan zichtbaarheid." Spray dus, niet tractie. Domenicali presenteerde het als een gedeelde verantwoordelijkheid van Pirelli, de teams en de coureurs, en zette het hoog op het wensenlijstje voor de komende seizoenen.
Hij was bijna net zo open over de bandendiscussie die steeds terugkeert in de Formule 1. Domenicali schetste zelf de afweging: een band waarmee coureurs elke ronde voluit kunnen pushen "zonder enige vorm van degradatie", tegenover een band die terugvalt en daardoor strategische mogelijkheden creëert. Hij maakte er geen geheim van dat daar nog altijd over wordt gediscussieerd, in plaats van dat er al een definitief antwoord ligt. Ook in 2028 zal die vraag dus nog op tafel liggen.
Van een Toyota in 2010 naar zwart goud
De historische context kwam van Nick Heidfeld, die het oorspronkelijke testprogramma van Pirelli uitvoerde voor de terugkeer in 2011. Zijn verhaal liet vooral zien hoe krap de voorbereiding destijds was. Pirelli werd laat aangesteld en het team moest simpelweg zorgen dat het klaar was. Heidfeld reed met een Toyota van een jaar oud, een auto die podiumplaatsen had gepakt voordat de fabrikant zich eind 2009 terugtrok, en werkte een enorme lijst af: 85 verschillende banden, 50 compounds en 35 constructies. In totaal ging het om meer dan 10.000 kilometer, verdeeld over zeventien testdagen, met ongeveer 500 kilometer per dag. Het werk werd verdeeld over Barcelona, Jerez, Monza en Paul Ricard, zodat de banden op elke snelheid en op elke ondergrond konden worden getest.
Wat Heidfeld vooral bijbleef, was het niveau dat Pirelli meteen wist te halen. Binnenkomen na jaren van intensieve bandenontwikkeling door andere partijen, en vervolgens als enige naam in de schijnwerpers staan wanneer er iets misgaat, was volgens hem "erg moedig." Hij noemt de banden nog altijd het belangrijkste onderdeel van de auto. De oude bijnaam in de paddock, zo merkte hij op, was dan ook "het zwarte goud."
De tekst gaat verder onder de afbeelding.
Nick Heidfeld (links) testte voor Pirelli.
De school die nu de paddock leidt
Jean Todt, de voormalig FIA-president die toezicht hield op de terugkeer van Pirelli, zorgde voor de menselijke rode draad. Toen hem werd gevraagd wat Mattia Binotto, Domenicali, McLarens Andrea Stella en Red Bulls Laurent Mekies met elkaar gemeen hebben, wees hij erop dat ze allemaal bij Ferrari werkten toen hij daar actief was. Binotto werd door Todt aangenomen toen hij in 1993 bij het team kwam, terwijl Domenicali al binnen de organisatie werkte. "Het was een geweldige school", zei Todt. Het bewijs daarvan is volgens hem dat de oud-leerlingen inmiddels een groot deel van de grid leiden.
Domenicali gaf het compliment terug met de uitspraak van de dag. De jaren onder Todt leerden hem methodologie, nauwkeurigheid en transparantie, zei hij. Daarna voegde hij eraan toe dat hij "meer tijd met Jean had doorgebracht dan met mijn familie."
Waarom een boek over emotie juist nu werkt
De titel krijgt in de context van het huidige kampioenschap meer betekenis dan op basis van alleen een jubileum. Pirelli verkoopt emotie, en de Formule 1 heeft zelden een duidelijker verhaal gehad om dat mee te doen. De enige Italiaanse coureur op de grid, de negentienjarige Kimi Antonelli, arriveert in Barcelona als leider in het wereldkampioenschap, met een ruime voorsprong na een reeks opeenvolgende overwinningen voor Mercedes.
Heidfeld keek als voormalig coureur vooral naar iets anders dan alleen de snelheid. Hij was met name onder de indruk van het geduld om Antonelli heen. Toto Wolff gaf hem de ruimte om zich te ontwikkelen en "beschermde hem altijd", zei Heidfeld. De tiener is "dat nu aan het terugbetalen." Het was een van de zeldzame opmerkingen tijdens het panel die meer zei over het heden dan over 2010. Voor een bedrijf dat is gebouwd op emotie, en voor een sport die daarop draait, had de timing nauwelijks beter kunnen zijn.