De kritiek op de Formule 1-auto’s voor 2026 komt vooral uit
een hoek die de sport liever niet tegen zich heeft: de coureurs. In de paddock
wordt hardop getwijfeld aan het rijgedrag en aan het energiemanagement dat een
grotere rol gaat spelen in het nieuwe reglement. Vooral als rijders tijdens
gevechten moeten sparen en liften, kan dat het racen beïnvloeden. En juist die
angst voedt nu al het narratief dat 2026 minder puur en minder agressief wordt.
Voor de Formule 1 is dat een ongemakkelijke situatie, want
een nieuw technisch tijdperk moet juist enthousiasme losmaken. De organisatie
hoort de zorgen wel, maar wil voorkomen dat er al vóór de eerste race een
stempel op de nieuwe generatie wagens wordt gedrukt.
F1-CEO Stefano
Domenicali probeert alles zoals gewoonlijk te bedaren en blijft vol vertrouwen. Zijn inzet: rust brengen,
perspectief geven en de discussie weer richting de baan trekken.
Te negatief
Domenicali vindt dat fans zich niet moeten laten meeslepen
door de technische ruis die nu rondzingt. ‘Ik ben ervan overtuigd dat we ook
dit jaar weer een ongelooflijk spektakel gaan zien’, benadrukte de Italiaan in Bahrein.
Hij wijst erop dat veel kritiekpunten vooral leven onder engineers en rijders,
maar dat de kijker uiteindelijk iets anders beoordeelt: actie, spanning en
uitslagen. In zijn ogen zal de sport dat blijven leveren, ook met een andere
balans tussen motorvermogen en elektrische energie.
De tekst gaat verder onder de afbeelding.
Domenicali vindt de kritiek op de nieuwe auto's overdreven.
‘Ik heb de nieuwe auto’s zelf op het circuit bekeken, vanuit het perspectief van een fan en ik zie geen verschil. De snelste coureur
wint zoals altijd aan het eind’, aldus Domenicali. Daarmee probeert hij de kern
te beschermen: er verandert veel onder de motorkap, maar de basis van de
competitie blijft volgens hem hetzelfde. Het is ook een duidelijke prik
richting de vroege paniek over regelwijzigingen.
Want die paniek vindt hij onnodig. ‘We moeten nu rustig
blijven. Elke keer als de regels drastisch veranderen, zijn er twijfels dat
alles fout loopt. Dat was in 2014 zo en ook in 2020 en 2021. Uiteindelijk
kwamen er altijd technische oplossingen’, stelt hij. Er wordt volgens
Domenicali achter de schermen wel degelijk gekeken naar verbeteringen, maar
zonder kortsluiting. ‘We hebben in de Formule 1-commissie al constructieve
gesprekken gehad over hoe we de show nog beter kunnen maken. We willen geen
overreactie. Als er iets is dat snel te implementeren is, zie ik geen probleem
dat iedereen mee is. De FIA blijft alle informatie verzamelen.’
Gesprek met Verstappen
De discussie kreeg extra vuur toen
Max Verstappen zich
stevig uitsprak over het karakter van de nieuwe auto’s. Domenicali maakt duidelijk dat hij dat soort uitspraken liever anders ziet landen. ‘Ik probeer
dingen altijd intern op te lossen. Het heeft geen zin om bepaalde punten uit te
vergroten waar de fan uiteindelijk helemaal niet in geïnteresseerd is’, zegt hij. De boodschap: kritiek mag, maar als het publiek er vooral onrustig van
wordt zonder dat het de kijkervaring echt raakt, werkt het averechts voor de
sport.
De tekst gaat verder onder de afbeelding.
Domenicali is in gesprek gegaan met Verstappen.
Volgens Domenicali is er inmiddels wél direct contact
geweest met Verstappen en is de toon daarin anders dan op camera. ‘We hebben
een constructief gesprek gehad. Max is de toekomst van de Formule 1. Daarom is
het belangrijk dat we naar hem en naar de andere topcoureurs luisteren. Hij is
erg begaan met het welzijn van de Formule 1. Daarom heeft hij zijn mening geuit
op de manier die voor hem gebruikelijk is’, legt de F1-baas uit. Daarmee
erkent Domenicali zowel Verstappens waarde als zijn stijl.
Tegelijk vraagt Domenicali ook begrip van de coureurs, omdat
2026 niet uit het niets komt. ‘We mogen niet vergeten hoe we bij deze
technologie zijn uitgekomen. Het vraagt natuurlijk een bepaalde aanpassing in
hoe deze auto’s gereden moeten worden. Dat is in het verleden ook zo geweest en dat zal in de toekomst ook zo zijn. Ik weet zeker dat we halverwege of tegen
het einde van het seizoen heel andere opmerkingen gaan horen.’