In een recent
interview heeft Toto Wolff, de teambaas van Mercedes, zijn bedenkingen geuit
over de sprintraces en het idee van een omgekeerde grid in de Formule 1. Wolff,
die zijn nuchtere benadering van de sport benadrukt, lijkt niet volledig
overtuigd van de voordelen van het nieuwe format. Wolff geeft
aan dat hij geen groot fan is van de sprintraceweekenden. ‘Misschien ben ik te
puristisch, te
old school, maar ik heb liever een Grand Prix dan een
sprintraceweekend. We moeten weten dat een Grand Prix
om twee of drie uur 's
middags is, en dat is het’, vertelt Wolff tegen
Speedcafe, die hiermee zijn voorkeur uitspreekt
voor de traditionele zondagse race.
Op zoek naar beste aanpassingen
Wolff erkent
wel dat enige aanpassingen aan het format nodig zijn. ‘We hebben nu deze
sprintraceweekenden gedaan en we passen het format aan, wat ik positief vind.
Tot op zekere hoogte doe je een sprintkwalificatie, je doet een
sprintrace, je
doet een kwalificatie voor de Grand Prix en je doet een Grand Prix. Dat werkt veel beter’,
legt de teambaas uit.
Het idee van
een omgekeerde grid lijkt Wolff echter minder te bekoren. ‘We hebben het gehad
over races met een omgekeerde grid. Ik kan me wel vinden in een sprintrace met
een omgekeerde grid, omdat we er dan tenminste achter komen dat het een dom idee is. Zes keer per jaar doen we iets dat echt stom is en iedereen kan dat onderscheid maken’, grapt hij.
Wolff verandert niet van mening
Wolff lijkt
te worstelen met de balans tussen vernieuwing en behoud van de traditionele
elementen van de Formule 1. Hij benadrukt echter dat de
F1-CEO
Stefano
Domenicali goed op de hoogte is van de gegevens en de belangen van alle
betrokken partijen begrijpt. ‘Ik stel mezelf vragen. Te puristisch? Te
ouderwets? Te koppig? Misschien’, begint de Oostenrijker. ‘Uit de gegevens
blijkt dat er interesse is voor het sprintraceweekend, dus voor mij, zodat ik het goed kan begrijpen, maak het dan, nogmaals, gewoon echt dom, zonder het hoofdkampioenschap te verstoren’, voegt hij hieraan toe.
Hij voegt
eraan toe dat er nog enkele onbeantwoorde vragen zijn, zoals de toekenning van
punten tijdens sprintraces. ‘Wat doen we met punten? Dat is een andere vraag.’ Wolff
geeft toe dat er nog veel onzekerheden zijn en dat er enkele variabelen moeten
worden opgehelderd voordat definitieve beslissingen worden genomen. ‘Er zijn
een paar vraagtekens. We hebben gewoon een paar onzekerheden die we moeten
uitzoeken. Misschien niet allemaal tegelijk’, aldus Wolff