‘Alle wegen leiden naar Rome’, luidt het eeuwenoude
gezegde. Helaas leidt er slechts één weg naar Circuit Paul Ricard, in ieder
geval vanuit het plaatsje La Ciotat. Daar stond ik op de zondagochtend met honderden
Formule 1-fans te wachten op de bus die ons naar het circuit zou brengen. Echt
soepel verliep dat niet, maar wat kan je verwachten als er maar één bus staat
om honderden mensen te vervoeren. Het lag wel een beetje in de lijn der verwachtingen,
want de zaterdagavond verliep ook alles behalve vlekkeloos. Daar was echter wel
een verklaring voor te vinden, aangezien er een ongeluk was gebeurd op ongeveer
tien kilometer van het circuit. Er moest een traumahelikopter aan te pas komen,
dus het is begrijpelijk dat de weg tijdelijk afgesloten was. De terugweg naar Marseille
duurde hierdoor wel ruim tweeënhalf uur, waardoor een goede nachtrust er niet
in zat. Het belangrijkste is echter dat de personen die betrokken waren bij het
ongeluk slechts kleine verwondingen opliepen.
Voor de bende die is ontstaan in La Ciotat is er
echter geen excuses te vinden. Men moet een speciale voucher kopen, waar
overigens nooit naar gevraagd wordt, waardoor het duidelijk moet worden hoeveel
mensen vervoerd moeten worden. Daarnaast gaat er op het treinstation ’s avonds slechts
één trein per uur, waardoor er zaterdagavond enkele mensen niet in konden
stappen omdat die ene trein zo vol zat. In Nederland gooien we een hele
dienstregeling om, en zetten we extra treinen in om mensen te vervoeren. Het
verbaast me dat Frankrijk een wereldmacht is, want een vlot lopende logistieke
operatie verzorgen is de Fransen al te machtig.
Stilte voor de storm
Oké, genoeg gezeurd, laten we overgaan op de orde van de
dag. Het is namelijk dé dag. Iets na 15.00u gaan de vijf rode lampen uit en
schieten twintig Formule 1-auto’s richting de eerste bocht. Bovendien is het
opnieuw prachtig weer, maar in het mediacentrum merk je daar weinig van. De
zonnestralen schijnen niet naar binnen, en de airconditioning zorgt voor een
zeer aangename temperatuur. Het is heerlijk vertoeven dus, zeker met de Formule
2 en Porsche Supercup op de achtergrond.
In het mediacentrum was het ten opzichte van de
eerdere dagen al vroeg druk. Ondanks dat er veel mensen aanwezig waren, hing er
een hele rustige sfeer. Je krijgt niet de indruk dat een Grand Prix verreden
gaat worden. De journalisten zitten rustig achter hun laptops, pakken af en toe
een kopje koffie of vullen hun flesje water bij, sommigen zijn er al vroeg bij
voor de lunch, en anderen kijken uit het raam naar de bezigheden op het
circuit. Er zijn geen interessante gesprekken waarbij inside information wordt
gedeeld. Al werkend leeft iedereen in alle rust toe naar 15.00u.
Fles rosé verstoord de rust
De rust werd echter wel redelijk vroeg verstoord. Rond
klokslag 12.00u kwam een Duitse journalist binnen met een redelijk grote fles
rosé. Ja, u leest het goed, een redelijk grote fles rosé. Die werd zonder enig
probleem ontkurkt, en met enkele Franse collega’s begon de borrel dus al vroeg
op de dag. Typisch Frans natuurlijk, de goed bedeelden drinken immers champagne
bij het ontbijt. Ik had een weekend verwacht met veel verschillende indrukken,
maar dit was toch wel van een compleet andere orde. Het enige wat ik eraan kon
bijdragen, was ‘santé’. Zelf kreeg ik echter geen bekertje aangeboden, en ik
had deze, mocht mijn baas dit lezen, natuurlijk ook afgeslagen. De fles was
overigens binnen een halfuur leeg.
Journalisten aan de buis gekluisterd
Om 13.00u kwamen de coureurs even het circuit op. Het
was voor hen de tijd om als een stel paradepaardjes over de baan getaxied te
worden. Vanuit het mediacentrum zag het er wel leuk uit, maar de bijbehorende
interviews waren redelijk pijnlijk. Bovendien duurde het ontzettend lang voordat
te coureurs weer eenmaal terug bij hun teams waren. Ik neem echt mijn petje af
voor de rijders, al helemaal voor
Pierre Gasly en
Esteban Ocon, aangezien je hele
mentale voorbereiding even overhoop wordt gegooid. Gasly en Ocon stonden als
Fransen natuurlijk extra in de belangstelling.
Toen de vijf rode lampen eenmaal op het punt stonden
van uitgaan, begaf een groot deel van de journalisten zich naar de grote ramen.
De start is vaak immers het meest spectaculaire moment. Al snel moest ik rennen
naar mijn laptop, ik had immers een belangrijke taak gedurende de race. Om me
heen kijkend zag ik hoe gefocust iedereen naar de schermen tuurde. Iedereen
leeft ontzettend mee met deze sport. Het maakt niet uit wie een fout maakt of
crasht, iedereen maakt geluid. De crash van
Charles Leclerc bracht het meeste
rumoer. Vanaf dat moment voelde iedereen wel dat
Max Verstappen, als hij zonder
kleerscheuren de streep haalde, de race zou winnen.
Het meest fascinerende na afloop van de race is hoe
snel alles wordt afgebroken. De teams bevinden zich over minder dan een week alweer
in Boedapest voor de Grand Prix van Hongarije, dus alles moet snel ingepakt
worden. Niet alleen de vrachtwagens stonden snel op het circuit, maar ook de
zogeheten TV-pen was binnen de kortste keren afgebroken. Alleen de kleine
plukjes fans op de tribunes zijn nog bezig met het verwerken van de race. De
laatste race op Paul Ricard voor een tijdje. Gezien het logistieke drama is het
ook niet een heel groot probleem dat de Formule 1 niet terugkeert naar
Zuid-Frankrijk.
Mijn slaapplek
Dan nog even over de stad Marseille. Vanaf het centrale
station, Gare de Saint Charles, heb je zicht over de stad. De gebouwen zijn mooi,
er staan enkele pittoreske kerken, de zee is helder blauw, en de bergen op de
achtergrond zijn prachtig. Het decor staat echter in schier contrast met de
straten waar ik elke ochtend en avond doorheen moest lopen. Je ziet veel
armoede om je heen, en de lucht is om de vijf meter niet om te harden. Afval
wordt gewoon op straat gedumpt, vuile matrassen liggen overal, en de dronken
stedelingen vinden het geen probleem om tegen de stationshal aan te plassen. Ik
was al geen grote fan van Frankrijk, en de kans is klein dat ik hier ooit zal
terugkeren voor vakantie.