Nederland krijgt er
in 2023 een nieuwe Formule 1-coureur bij. Hendrik Johannes Nicasius de Vries,
in de volksmond beter bekend als Nyck de Vries, neemt plaats bij AlphaTauri. De
voor Red Bull Racing rijdende Max Verstappen is uiteraard ook nog altijd op het
asfalt te vinden. Daarmee is het voor de Nederlandse fans genieten geblazen dit
jaar. Maar wie is de Nederlandse nieuwkomer eigenlijk? Hoe heeft hij zich een
weg gebaand door de vele juniorenklassen en wat weten we van De Vries? In een
tweedelig item lichten we hem uit voordat hij aan zijn eerste F1-seizoen
begint. We proberen het raceleven van De Vries zo eerlijk mogelijk
op te delen in twee stukken, met in deel één het begin van zijn leven en
carrière, en deel twee zijn latere jaren. Het begon allemaal in Uitwellingerga,
een dorpje met slechts 425 geregistreerde inwoners in Midden-Friesland, nabij
Sneek. Een dorpje dat hoogstens bekend is van de Prinses Margriettunnel en
enkele langebaanschaatsers, Rienk Nauta, Sjoerd de Vries (je raadt het niet) en
Yvonne Nauta. Laatstgenoemde is van de drie de meest succesvolle met brons op
het WK allround in 2014. Nu is de meest fameuze sporter uit het dorpje de
autocoureur.
Eigenlijk is het De Vries net als Verstappen met de paplepel
ingegoten.
Jos Verstappen is weliswaar bekender dan Hendrik-Jan de Vries, Nycks
vader, maar ook Hendrik-Jan schaarde zich vroeger onder de motorsport-elite.
Hij had een autobedrijf in de binnenstad van Sneek en reed in zijn jongere
jaren in de Renault 5 Turbocup. Sterker nog, enkele raceprominenten die vandaag
de dag veel in beeld zijn, gingen vroeger met de vader van De Vries om. Zo
heeft Tom Coronel het in
FryslanDOK: ‘Formula
de Vries’ over dat vader Hendrik-Jan in ’88 in het raceteam van zijn broer
reed.
‘Nyck heb ik zien opgroeien. Niet super close, maar in
autosportland heb ik hem wel altijd in de gaten gehouden’, stelde de
Dakar-coureur. Met de achtergrond van vader Hendrik-Jan kon het ook bijna niet
anders dan dat zoon Nyck ging karten. ‘Dan koop je op zo’n jonge leeftijd een
kart voor hem, en dan heeft hij geen keus’, herinnert Hendrik-Jan zich. ‘Jij
gaat racen en dat is dat. Wij startten die kart en hij vond het helemaal niks.
Hij rende weg van het lawaai’, vertelt hij met een lach.
De Vries bang voor de kart
Ook De Vries zelf kon zich die eerste keer in de karts
herinneren. Hij was als kind doodsbang voor harde geluiden en zag het totaal
niet zitten om in het apparaat te stappen. Hij stopte propjes papier in zijn
oren om het geluid uit te sluiten. Na enkele ronden was hij de propjes papier
kwijt, maar ook zijn angst voor het motorgeluid. De Vries had er plezier in,
maar bovenal werd in die eerste jaren duidelijk dat hij over een enorme portie
talent beschikte. Hij had zijn roeping gevonden.
In 2006 was De Vries elf en werd het tijd voor het eerste
échte kartkampioenschap. Het Dutch championship ICA Junior-kampioenschap was de
eerste klasse waarin De Vries op de proef gesteld werd, en hij slaagde met vlag
en wimpel. Eerste werd hij niet, maar zijn uiteindelijke derde eindklassering,
daar hoefde hij niet ontevreden mee te zijn. Datzelfde jaar volgde het
Belgische Cadet-kampioenschap: P2.
Een jaar later schroefde de familie De Vries de frequentie
op. Hier noemen we specifiek zijn familie omdat het langzaamaan een onderneming
werd die voor vader, moeder en zusje een fulltimebaan betekende. Het
KNAF-kampioenschap eindigde hij op de tweede plek, evenals de Chrono Dutch
Rotax Max-challenge, de Belgische variant van deze klasse, de wintervariant van
deze klasse en het Belgische kartkampioenschap. Hij moest wachten tot 2008
voordat hij zijn eerste minikampioenschap binnensleepte.
Net zoals de Verstappens toeren door Europa
Als De Vries eenmaal op stoom is, rem je hem ook niet meer
af. Hij won de WSK International Series, het Duitse juniorenkartkampioenschap,
een jaar later het Europese kartkampioenschap en nog een jaar later het
wereldkampioenschap karten. In anderhalf jaar tijd had de toen vijftienjarige
alles gewonnen wat er te winnen viel vóór de stap naar de éénzitters. Tijd om
naar Italië te verhuizen. ‘De Wintercup waar hij destijds in reed, bestond uit
110 deelnemers. Dat was heel zwaar’, haalt vader Hendrik-Jan zich voor de
geest. ‘We reden veel in Italië en Spanje.’ Waren ze af en toe in Duitsland of
Genk dan gingen ze nog wel eens langs huis, maar de verhalen van de de Vriesjes
doen aardig denken aan de Eurotrips van de Verstappens.
Zoals gezegd verhuisde De Vries in 2011 naar Italië. Naar
eigen zeggen had hij het daar wel naar zijn zin en Italiaans lag hem. Wel blijft
hij in diverse beeldfragmenten aanhalen dat niet alleen hij kartte, maar zijn
familieleden ook. De Vries: ‘Het was een levensstijl die we met z’n allen leefden
destijds. Alles draaide om de sport en we konden ons eigenlijk nergens anders
druk om maken. We leefden in een soort bubbel. Alle mensen die je ’s weekends tegenkwam,
hadden dezelfde levensstijl. Het karten was ook heel erg puur: ik was alleen
maar met racen bezig. Ik heb ook niets meegekregen van een normale middelbare
schooltijd of een normale jeugd. Alles draaide om de sport.’
Deel twee van De Vries' racebiografie is op zaterdag te lezen op F1Maximaal.nl.